‘Ik geloof in de kracht van beweging tijdens kanker’

Ze las dat beweging werd ingezet als ‘medicijn’ bij patiënten met prostaatkanker. Dat leek Dingena Biester uit Oldehove wel wat. Ze kreeg in 2016 de diagnose borstkanker en had chemotherapie, een operatie en bestralingen achter de rug. ‘Kan ik meedoen aan een beweegprogramma?’ vroeg ze aan haar oncoloog in het UMCG. ‘Dat kon en daar ben ik nog steeds blij mee. Beweging heeft mij enorm geholpen bij mijn herstel.’

Dingena begon in september 2017 onder leiding van een fysiotherapeut met beweeg- en sporttraining bij het UMCG. ‘Ik begon het jaar met 24 weken chemotherapie, werd in juli geopereerd en ben daarna 20 keer bestraald. Toen ik in september klaar was, begon ik meteen met trainen. Het UMCG deed onderzoek naar het stimuleren van beweging door middel van oncologische revalidatie en ik mocht mee in dit traject. Ik dacht: als ik hier fysiek bovenop wil komen, moet ik iets doen. In mijn eentje trainen in de sportschool zag ik niet zitten. Mijn fysiotherapeut wachtte mij drie dagen per week op bij het UMCG en dat was mijn stok achter de deur.’

Afzien

‘Ik trainde op maandag, woensdag en vrijdag samen met zes andere kankerpatiënten. Vrouwen die net als ik waren behandeld voor borstkanker en mannen die nog werden behandeld voor teelbalkanker. De training begon altijd met fietsen, op de maandag en vrijdag volgde dan fitness. De woensdag stond in het teken van sport en spel. Denk aan een tafeltennis- of basketbaltraining. Het gaf me enorm veel energie. Maar de eerste maand was ook moeilijk. Ik had geen uithoudingsvermogen meer. Als de training erop zat, moest ik eerst bijkomen. Even een banaan eten, douchen, een boterham eten en een kop koffie drinken in de centrale hal. Pas dan durfde ik weer op de motor naar huis.

Na een maand merkte ik dat ik de kop koffie achterwege kon laten. Na nog een maand kon ik een sprintje trekken met de kinderen. Ik klom in energie en was niet bang om daarna tot het uiterste te gaan. Ik zag sterretjes als ik van de fiets stapte. Heb alles gegeven. Dat is mij ook niet vreemd, want ik zat op de militaire academie en heb drie jaar lang op hoog niveau geroeid. Mijn lichaam weet wat afzien is en ik durf dat ook.’

Blijven bewegen

‘Achteraf gezien, was ik graag tijdens de behandeling met bewegen begonnen. Ik geloof er sterk in dat dat goed voor je is. Als je in die fase traint, ga je ook achteruit maar je hebt dan wel een doel en de hoop dat je er in ieder geval op een later moment de vruchten van plukt. Bij mij liep de energie langzaam weg tijdens de behandeling. De was doen, koken, het kon nog net. Maar ‘mijn’ rondje Saaksum van 4,5 kilometer was echt geen optie meer.

Gelukkig kan ik dat rondje nu weer lopen, en stevig op ook! Op dit moment krijg ik nog hormoonbehandeling en daardoor heb ik last van de heupen. Beweging helpt me om mijn lijf losser te maken. Ik ga sinds mijn ziekte ook bewuster om met voeding. Pakjes en zakjes komen er niet meer in, ik bak alle brood zelf, we drinken melk van de boer en ik gebruik vooral lokale producten. Dat deed ik al maar nu nog meer.’

Dankbaar

‘Ik ben sinds mijn ziekte nog dankbaarder voor elke dag. Voor de tijd die ik met ons gezin mag doorbrengen. Het geloof bracht ons tijdens mijn ziekte veel rust. Weten dat er meer is na de dood en dat mijn gezin, mocht het zo lopen, ook de kracht zal ontvangen om zonder mij door te gaan, dat heeft mij erg geholpen. Ik heb zelf hard gewerkt aan mijn herstel maar ik ervaar het toch als een wonder dat het zo goed heeft uitgepakt.’