Aortaklepimplantatie via de lies

Als de aortaklep niet (meer) goed werkt, dan kunnen we vervangen door een nieuwe aortaklep. Meestal gebeurt dit via de liesslagader. Deze behandeling heet ook wel een TAVI (Transcatheter Aortic Valve Implantation).

De aortaklep is 1 van de 4 hartkleppen die ervoor zorgen dat het bloed in de juiste richting door het lichaam stroomt. De aortaklep zit tussen de linker hartkamer en de aorta, de grote lichaamsslagader. De klep voorkomt dat er bloed terugstroomt in de linker hartkamer.

Wanneer een aortaklepimplantatie via de lies

Soms gaat de hartklep van de aorta niet meer goed open en dicht. Bijvoorbeeld door een hartklepaandoening. Het bloed stroomt dan in de linker hartkamer.

Dan moeten we de zieke hartklep vervangen door een nieuwe hartklep. De nieuwe klep plaatsen we via de lies in de oude klep. We noemen de behandeling dan een percutane aortaklepimplantatie. Percutaan betekent 'door de huid' heen.

Soorten hartkleppen

We gebruiken 4 hartkleppen. Namelijk Edwards Sapien, Metronic Evolut, Boston Acurate Neo en Meril MyVal. Deze hartkleppen worden onderverdeeld in 2 soorten. Beide soorten bestaan uit een metalen frame met klepbladen er aan vast. De klepbladen zijn van natuurlijk materiaal, namelijk die van een rund of varken. Het verschil is dat bij de ene hartklep het frame uit zichzelf open gaat in de aorta. Bij de andere hartklep gaat het frame van de klep open door een ballonnetje op te blazen in de oude hartklep. De nieuwe klep drukt de zieke hartklep opzij. De oude hartklep blijft dus zitten, maar werkt niet meer.

Voorlichtingsgesprek

Uw cardioloog heeft u verwezen naar het Hartcentrum. Tijdens het voorbereidende gesprek krijgt u informatie over de behandeling, de nabehandeling, mogelijke problemen na de behandeling. Welke kunstklep het beste is voor u, hangt af van uw situatie. Met de beelden van CT-scan hebben we gezien welke hartklep voor u het meest geschikt is. De verpleegkundig specialist of physician asssistant bespreekt dit met u.

  • Gezonde aortaklep

    Gezonde aortaklep

    Bij een gezonde aortaklep stroomt het bloed in de juiste richting door het lichaam. De klep voorkomt dat er bloed terugstroomt in de linker hartkamer.

  • Aangetaste aortaklep

    Aangetaste aortaklep

    Bij een aangetaste aortaklep gaat de klep niet meer goed open en dicht. Bloed stroomt dan terug in de linker hartkamer.

De behandeling stap voor stap

  1. Na de verwijzing door uw eigen cardioloog krijgt u een afspraakbrief en informatie van ons. Daarin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt. Bijvoorbeeld wat u mag eten en drinken op de ochtend van uw behandeling. En welke medicijnen u wel of niet mag gebruiken.

    Contactlenzen, sieraden en piercings moeten uit of af voor de behandeling. Laat de sieraden thuis. Heeft u uw nagels gelakt? Of heeft u kunstnagels? Haal dit weg voor u naar het ziekenhuis komt. Tijdens de ingreep krijgt u een soort knijpertje op uw vinger. Daarmee kunnen we steeds het zuurstofgehalte in uw bloed meten. Dat lukt niet goed als er iets op de nagels zit.

    Ook heeft u voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA).

    U kunt na de behandeling niet alleen naar huis, vraag daarom van tevoren iemand die u thuis kan brengen.

  2. Voor het plaatsen van de nieuwe aortaklep gaat u eerst naar de verpleegafdeling Cardiologie van het UMCG. We nemen u een dag voor de behandeling op. Voor de behandeling blijft u ongeveer 3 tot 4 dagen in het ziekenhuis.

    Voor de behandeling heeft u gesprekken met onder andere de zaalarts en de verpleegkundige. We onderzoeken u ook. We nemen bloed af en maken een hartfilmpje. Verder krijgt u een infuus in uw hand of arm. Om te voorkomen dat er bloedklontjes komen bij de nieuwe hartklep, krijgt u bloedverdunnende medicijnen. Als u deze al gebruikt krijgt u deze extra medicijnen niet.

    Vanaf 6 uur voor de operatie mag u niets meer eten of drinken. U mag wel medicijnen nemen met een klein slokje water.

  3. Op de dag van de behandeling gaat u eerst naar de voorbereidingskamer. Daarna gaat u naar de afdeling Hartkatheterisatie. Als u op de operatiekamer bent, sluiten we u aan op de bewakingsapparatuur.

    Daar krijgt u een plaatselijke verdoving in de huid van de lies. Dit hebben we van tevoren met u besproken. Voor de behandeling krijgt u een buisje in beide polsen en liezen. Via deze buisjes brengen we een dun, soepel slangetje in de slagader. Dit is een katheter. In de katheter zit de nieuwe opgevouwen hartklep.

    Via de katheter kunnen we ook een tijdelijke pacemaker plaatsen. Het kan namelijk gebeuren dat er tijdens de behandeling een geleidingsstoornis van het hart ontstaat. De pacemaker kan deze stoornis herstellen.

    Na de behandeling halen we de buisjes uit de liezen en de polsen. De prikplekken maken we dicht met een eiwitplugje of een drukverband. Het eiwitplugje lost vanzelf binnen 90 dagen op. Het drukverband halen we op de dag van de behandeling eraf.

    Het plaatsen van de nieuwe aortaklep duurt ongeveer 2 uur.

  4. Na de behandeling brengen we u naar de hartbewaking. Na de ingreep heeft u:

    • een infuus in uw arm voor het toedienen van vocht of medicijnen
    • mogelijk nog een tijdelijke pacemaker in een ader in de lies
    • een buisje in de pols voor continue bloeddrukmeting en bloedafname
    • een blaaskatheter
    • een drukverband op de liezen

    Op de hartbewaking prikken we uw bloed. We controleren uw bloeddruk, hartritme, ademhaling, temperatuur en de zuurstofverzadiging in uw bloed. We controleren ook of de wondjes in de liezen nabloeden. Zodra het kan, gaat u terug naar de verpleegafdeling. Meestal is dit al na een paar uur.

    Als u nog een uitwendige pacemaker heeft, blijft u nog wat langer op de hartbewaking. Soms krijgt u alsnog een blijvende (inwendige) pacemaker.

    Na het plaatsen van de nieuwe aortaklep, blijft u in elk geval een aantal uren in bed liggen. 1 of 2 dagen na de ingreep krijgt u een echo van uw hart om te controleren of de nieuwe hartklep goed werkt. Als het goed gaat, haalt de verpleegkundige het infuus weg.

  5. Het hangt van uw herstel af wanneer u naar huis kunt. En of u eventueel een blijvende pacemaker nodig heeft. We vertellen u welke medicijnen u nodig heeft en met welke u moet stoppen. Als u na de behandeling in het ziekenhuis bent gestart met nieuwe medicijnen, dan krijgt u een recept mee van ons. De verpleegkundige regelt in overleg met u extra verzorging voor thuis als dit nodig is.

  6. Na 1 maand heeft u een afspraak voor controle bij de polikliniek Hart en Vaten. De volgende afspraak heeft u bij uw eigen cardioloog.

Bijwerkingen en risico's

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. De volgende complicaties kunnen ontstaan bij aortaklepimplantatie via de lies:

Wanneer bellen

Bel uw huisarts bij:

  • een steeds groter wordende zwelling in de lies of pols (afhangende van waar u bent geprikt)
  • een bloedende wond waar u bent geprikt
  • pijnklachten van de pols, lies of borst
  • een duidelijk warm of koud aanvoelende lies, been of voet. Of hand of pols, afhangende van waar u bent geprikt.
  • verkleuring van uw been of voet. Of pols of hand
  • benauwdheid
  • duizeligheid
  • jeuk die niet overgaat
  • rode bultjes of plekjes op de huid

Als een klepafwijking niet wordt behandeld, is na 2 jaar 20-30% van de patiënten met een hartklepafwijking nog in leven. Van de patiënten die wel een nieuwe hartklep hebeen gekregen, leeft na 2 jaar 70-80% nog.

Tips voor thuis

Als u weer thuis bent, moet u met een aantal dingen rekening houden:

  • U mag de eerste week geen druk op de lies zetten, niet persen, niet zwaarder dan 5 kilo tillen.
  • De eerste week moet u rustig aan doen met bewegen. Vanaf de tweede week mag u het bewegen rustig aan weer opbouwen.
  • U mag de eerste 4 weken na de behandeling niet fietsen en autorijden. Tijdens de 1e controleafspraak bespreken we of u weer kunt fietsen en autorijden.
  • De eerste week na de behandeling mag u kort douchen. Dit is minder dan 5 minuten. U mag na 7 dagen weer langer douchen en in bad.
  • U kunt zich na de behandeling mentaal onstabiel en onzeker voelen. Dat is een veel voorkomend gevoel en heel gewoon. Voor uw herstel is het goed om deze emoties er te laten zijn.
  • Bij een medische of tandheelkundige behandeling kan u een infectie krijgen. Een antibioticakuur kan voorkomen dat de infectie niet naar uw hart en hartkleppen gaat.

    Daarom moet u voortaan vóór en na een tandheelkundige behandeling waar bloed bij vrij komt (dus niet een gaatje boren) een korte antibioticakuur volgen. Dit moet ook bij een medische behandeling waarbij bloed vrij komt. Het recept voor deze kuur krijgt u via uw tandarts of uw behandelend arts.

    Het is mogelijk dat de tandarts u zegt om tijdelijk met de bloedverdunners te stoppen voor de tandheelkundige behandeling. Meestal is dit geen probleem, maar overleg dit altijd eerst met uw cardioloog.


Tandheelkundige en/of medische behandeling in de toekomst

Bij een medische of tandheelkundige behandeling kan u een infectie krijgen. Een antibioticakuur kan voorkomen dat de infectie niet naar uw hart en hartkleppen gaat.

Daarom moet u voortaan vóór en na een tandheelkundige behandeling waar bloed bij vrij komt (dus niet een gaatje boren) een korte antibioticakuur volgen. Dit moet ook bij een medische behandeling waarbij bloed vrij komt. Het recept voor deze kuur krijgt u via uw tandarts of uw behandelend arts.

Het is mogelijk dat de tandarts u zegt om tijdelijk met de bloedverdunners te stoppen voor de tandheelkundige behandeling. Meestal is dit geen probleem, maar overleg dit altijd eerst met uw cardioloog.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Hartcentrum bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.