Amputatie van een been, heup en bekken

Bij deze operatie halen we het been, de heup, een deel van het bekken en een deel van de bil weg. Dit heet ook wel een hemipelvectomie.

Deze operatie doen we om botkanker in het bovenbeen, het bekken en de heup weg te halen. Als een bottumor rond de heup en het bekken groeit, kunnen we deze soms alleen goed weghalen met een hemipelvectomie.

Ook doen we deze operatie soms als iemands been na een (motor)ongeluk zo zwaar beschadigd is, dat we het weg moeten halen.

We bespreken van tevoren uitgebreid de voorbereidingen, de operatie, de lichamelijke en geestelijke gevolgen en de revalidatie met u. Dit lukt niet als u in levensgevaar bent, bijvoorbeeld na een ongeluk. Het belangrijkste is dat u dan zo snel mogelijk behandeld wordt.

De behandeling stap voor stap

  1. Als u in levensgevaar bent, bijvoorbeeld na een ongeluk, kunt u zich niet voorbereiden op de operatie. In de andere gevallen krijgt u een brief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt.

    De arts vertelt u over de operatie en de voorbereidingen. U heeft ook een afspraak met de verpleegkundig specialist. Een hemipelvectomie is een zware operatie, lichamelijk en emotioneel. We bespreken hoe u uw lichaam hierop voorbereidt en daarmee de kans vergroot dat u goed herstelt. Zo krijgt u adviezen over voeding, bewegen en stoppen met roken. U kunt het beste al voor de operatie met krukken leren lopen.

    Ook heeft u voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA).

  2. Meestal gaat u de dag voor de operatie naar het ziekenhuis. In de opnamebrief staat waar u moet zijn.

    We bereiden dan de operatie voor. U heeft gesprekken met verschillende zorgverleners en krijgt slaapmedicijn als u dat wilt, bijvoorbeeld. Ook hoort u vanaf wanneer u niet meer mag eten en drinken.

  3. U trekt operatiekleding aan. Contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings moeten uit of af. U krijgt een infuus in uw arm. Daarna gaat u naar de operatiekamer.

    U krijgt een narcosemiddel via het infuus, zodat u niets van de operatie merkt. Soms krijgt u ook een ruggenprik, dit heeft de anesthesist dan met u besproken. Via het infuus krijgt u ook antibiotica om de kans op infectie kleiner te maken.

    De chirurg haalt het been, de heup, een deel van het bekken en een deel van de bil weg. Soms verplaatsen we bloedvaten, zenuwbanen of spieren om deze niet te beschadigen en ervoor te zorgen dat u beter geneest.

    Tijdens de operatie probeert de chirurg zoveel mogelijk van de bekkenkam en het zitbeen te laten zitten. Dit om ervoor te zorgen dat we een prothese kunnen plaatsen en zodat u gemakkelijker kunt zitten. Hoeveel bot blijft zitten, verschilt per persoon.

    De operatie duurt meerdere uren. Hoe lang de operatie precies duurt en hoe lang u in het ziekenhuis blijft, hangt af van uw situatie.

  4. U gaat naar de uitslaapkamer of naar de Intensive Care. Hier houden we uw bloeddruk, het zuurstofgehalte in uw bloed en uw hart in de gaten. Ook krijgt u medicijnen tegen de pijn. Als u misselijk bent van de narcose krijgt u daar ook medicijnen voor.

    Als alles goed gaat, gaat u naar de verpleegafdeling om verder te herstellen. U heeft verschillende slangetjes, bijvoorbeeld:

    • een infuus voor vocht
    • een slangetje om bloed en wondvocht af te voeren, dit heet een drain
    • soms een slangetje in de rug voor medicijnen tegen de pijn
    • een slangetje in de blaas om urine af te voeren, dit heet een blaaskatheter

    Mogelijk krijgt u een morfinepomp die u zelf kunt bedienen. 

    De eerste dagen blijft u in bed om bij te komen van de operatie. Door alle spanning kunt u last hebben van stemmingswisselingen. De eerste keer dat u en uw naasten uw lichaam na de operatie zien, is een moeilijk moment. Onze verpleegkundigen begeleiden u hier zo goed mogelijk bij. Als u dat wilt, kunt u ook praten met een medisch maatschappelijk werker of een psycholoog. Een diëtist kan u helpen bij uw voeding.

    We komen elke dag langs te kijken hoeveel pijn u heeft en of u meer of andere medicijnen nodig heeft. We verbinden de amputatiewond dan ook. De drains halen we na een paar dagen weg. De infusen halen we weg als dat kan. Als de wond het toelaat en u niet te veel pijn heeft, mag u voorzichtig weer bewegen. De verpleegkundigen en de fysiotherapeut helpen u hierbij.

  5. Als de wond droog is en u zich buiten het bed goed kunt redden, gaat u naar huis of naar het revalidatiecentrum. We bereiden u hier goed op voor. U krijgt instructies mee, we bespreken of u een prothese krijgt en welke, en we regelen thuishulp als dat nodig is.

    Bel ons als:

    • u koorts heeft boven de 38,5°C of langer dan 24 uur boven de 38°C
    • u plotseling erge pijn krijgt
    • de wond rood en dik wordt, pijn gaat doen of als er vocht uitkomt

    U kunt op werkdagen tussen 8.00 en 16.30 uur bellen naar (050) 361 87 00. Op andere dagen en tijden kunt u bellen naar het algemene nummer (050) 361 61 61 en vragen naar een orthopeed.

  6. We onderzoeken het weggehaalde been, bekken en heup. U krijgt de uitslag daarvan meestal binnen 2 weken na de operatie van uw arts.

  7. Ongeveer 6 weken na de operatie heeft u weer een controleafspraak. We bekijken dan de wond. Hoe vaak, hoelang en bij wie u daarna onder controle blijft, hangt af van uw situatie.

    Soms geneest een wond niet goed en is een nieuwe operatie nodig.

  • De operatie verloopt meestal goed. Soms zijn er bijkomende problemen. Dit noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

    • bloedverlies en bloedarmoede
    • infectie
    • fantoompijn, dit is zenuwpijn aan het ledemaat dat er niet meer is

  • Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.


    Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

    • Antibiotica-team

      Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

    • Artsen-microbioloog

      Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

    • Hygiëne voor bezoekers

      Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

    • Infectiepreventie in het ziekenhuis

      Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Bijwerkingen en risico's

De operatie verloopt meestal goed. Soms zijn er bijkomende problemen. Dit noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

  • bloedverlies en bloedarmoede
  • infectie
  • fantoompijn, dit is zenuwpijn aan het ledemaat dat er niet meer is

Infecties voorkomen

Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.

Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

  • Antibiotica-team

    Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

  • Artsen-microbioloog

    Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

  • Hygiëne voor bezoekers

    Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

  • Infectiepreventie in het ziekenhuis

    Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Zorg voor balans in je dagelijks leven

De keuzes die je maakt in je dagelijks leven hebben invloed op je gezondheid en je gevoel van welbevinden. Als je gezond bent maar ook als je ziek bent of aan het herstellen bent. Bekijk wat je zelf kunt doen op het gebied van leefstijl. Of ga eens langs bij onze leefstijladviseurs. Zij denken graag met je mee.

Heeft u nog vragen?

U kunt ons bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur. U kunt ons ook een e-mail sturen.