Donor worden?

Print 

Wil je donor worden? Dat is een keuze die iedereen voor zichzelf moet maken. Het is daarom belangrijk om erover na te denken en er over te praten met mensen uit je omgeving. Bijvoorbeeld met je ouders of je vrienden. Het geeft vaak een heel raar gevoel om over je eigen dood na te denken en te praten. Maar als je gaat nadenken of je donor wilt worden, moet dat toch. Want een donor moet eerst overlijden, voordat hij weefsels en/of organen kan geven (doneren).

Wie kan donor worden?

Iedereen kan donor worden: oude mensen, jonge mensen, gezonde mensen en ook zieke mensen. Pas als je overleden bent, bepaalt een dokter of je organen en/of weefsel geschikt zijn om te transplanteren. Dat hangt af van de plaats waar je overlijdt. Ook is het belangrijk waardoor en hoe je overleden bent. Zo kunnen bijvoorbeeld organen van iemand die een auto-ongeluk heeft gehad soms niet gebruikt worden omdat ze door het ongeluk kapot zijn. Verder zijn de longen van een roker onbruikbaar, want alleen gezonde longen zijn geschikt om te transplanteren. En als iemand overlijdt omdat het hart niet goed werkte, is het hart ook niet geschikt voor een ander persoon.

Weefsel en organen

Niet alles uit je lichaam is bruikbaar voor een transplantatie. De organen die gebruikt kunnen worden voor een transplantatie zijn:

  • je hart;
  • je longen;
  • je lever;
  • je nieren;
  • je alvleesklier;
  • je dunne darm.

De weefsels die gebruikt kunnen worden zijn:

  • je huid;
  • je hoornvliezen;
  • je botten;
  • je hartkleppen;
  • je bloedvaten.

Orgaandonatie

In Nederland wachten ongeveer 1.500 mensen op een nieuw orgaan en hebben 2.500.000 mensen aangegeven dat ze donor willen zijn. Toch gaan er honderden mensen per jaar dood omdat het orgaan waar ze op wachtten niet kwam. Dat klinkt misschien raar, maar niet iedereen die overlijdt kan zijn of haar organen doneren. Om dat te kunnen moet op je een speciale afdeling van het ziekenhuis overlijden (op een intensive care) en je organen moeten goed werken. Omdat niet iedereen op een intensive care overlijdt en omdat organen soms niet goed werken, zijn er per jaar maar een paar honderd donoren. Te weinig om iedereen te helpen.

Je kunt je organen alleen doneren als je hersendood bent. Tot die tijd heb je ze zelf hard nodig. Als je hersendood bent en je hebt aangeven dat je donor wilt zijn, moeten je organen goed gehouden worden. Dat kan door te zorgen dat je organen zuurstof blijven krijgen. Als je leeft zorgen je longen ervoor dat er zuurstof in je bloed komt. Je hersenen vertellen je longen om dat te doen. Als je hersendood bent doen je hersenen het niet meer. Dat wordt heel precies onderzocht. Je voelt dan niets meer, je denkt niet meer en je hersenen zetten je longen ook niet meer aan het werk. Een machine kan dit werk voor een paar uur overnemen. Je zou kunnen zeggen dat de dokter ervoor zorgt dat je organen niet in de gaten hebben dat je dood bent. De machine blijft aangesloten totdat je organen uit je lichaam worden gehaald.

Je kan niet bepalen wie na je overlijden je organen krijgt. Wie je orgaan krijgt blijft onbekend en wordt bepaald door Eurotransplant. Dat is een organisatie die bepaalt wie de organen en/of weefsels krijgen. Je kunt niet zomaar een orgaan bij iemand transplanteren. Het orgaan moet passen bij de persoon die hem krijgt. Daarom wordt iemand vooraf helemaal en meerdere keren onderzocht. Die onderzoeksgegevens staan bij Eurotransplant in de computer.

Eurotransplant is een internationale organisatie. Dat betekent dat de organisatie in meerdere landen werkt. Hierdoor kan iemand in het buitenland bijvoorbeeld je Nederlandse nier krijgen. De landen die meedoen zijn Nederland, België, Luxemburg, Oostenrijk, Duitsland en Slovenië.
Het komt ook voor dat uit de onderzoeken blijkt dat iemand geen nieuw orgaan kan krijgen. Bijvoorbeeld omdat iemand te ziek is en een transplantatie niet zou overleven. Of omdat iemand niet beter zou worden van een nieuw orgaan. Voor deze mensen kan Eurotransplant niets doen.

In het UMCG krijgen per jaar ongeveer dertig kinderen een nieuw orgaan. Ze krijgen bijvoorbeeld een nieuwe lever of een nieuwe nier. Hierdoor wordt hun leven gered of wordt hun leven weer wat fijner. Niet in ieder ziekenhuis kunnen mensen getransplanteerd worden. Het ziekenhuis moet daar toestemming voor hebben van de minister. Het UMCG heeft als enig ziekenhuis in Nederland toestemming voor alle transplantaties.

Weefseldonatie

Het doneren van weefsels gebeurt vaker dan het doneren van organen. Dat komt doordat je weefsels kan doneren als je niet op de intensive care dood gaat. Je weefsels moeten dan wel snel na je dood van en uit je lichaam worden gehaald. Dit gebeurt binnen twaalf uur na het overlijden. De weefsels die je hebt gedoneerd krijgen een speciale behandeling. Door de behandeling kunnen ze langer worden bewaard. Dit gebeurt bij weefselbanken. Net de gewone bank die goed zorgt voor je geld, zorgt een weefselbank goed voor je weefsels. Ze bewaren de hoornvliezen, huid en botweefsel in speciale vriezers. Verder zorgt de weefselbank dat de persoon die weefsel nodig heeft die ook krijgt. De organisatie die gaat over de weefseldonatie en de weefselbanken heet Bio Implant Services (BIS) en is net als Eurotransplant een internationale organisatie. En ook BIS heeft een computer waar alle belangrijke gegevens staan. Hiermee kunnen ze kijken of de weefselbank weefsels op voorraad heeft die passen bij een patiënt.

In het UMCG krijgen ook kinderen nieuwe weefsels. Ze krijgen bijvoorbeeld een hoornvlies waardoor ze weer kunnen zien. Een ander voorbeeld is dat kinderen een nieuw bot of een deel daarvan krijgen. Soms hoeft door zo’n bottransplantatie het been er niet af. Dat is natuurlijk heel erg fijn, want niemand wil een been missen.

Maak je keuze duidelijk

Als je donor wilt worden of juist niet dan kan je dat vanaf je twaalfde laten registeren in het Donorregister. Dat is een lijst waarin alle mensen staan die hun keuze hebben laten vastleggen. Later als je achttien bent krijg je automatisch een brief waarin wordt gevraagd of je donor wilt worden. Je moet op die leeftijd dan goed nadenken of je dat wil en dat laten registeren. Ook als je niet donor wilt zijn. Niet registeren betekent automatisch dat je nabestaanden (je ouders, je partner of misschien wel je kinderen) een besluit voor je moeten nemen als je overlijdt.

Je registreert je door een formulier op te sturen naar het Donorregister. Later krijg je dan een brief en een kaartje thuisgestuurd waarop jouw keuze staat. Controleer de brief goed, want die gegevens moeten kloppen.

Meer informatie

Meer informatie over orgaan- en weefseldonatie vind je via de banner hieronder.

Donorbanner

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.