Developmental Coordination Disorder (DCD) is de Engelse naam voor een motorische coördinatiestoornis die tijdens de ontwikkeling van een kind pas duidelijk wordt. Hoewel er sprake is van een lichte stoornis, kan DCD bij kinderen in verschillende situaties problemen geven. Handelingen zoals lopen, klimmen, schrijven of knippen kosten een kind met DCD soms veel moeite. Veel kinderen met DCD werken hierdoor traag of komen niet goed mee op school. Ook vinden ze het vaak moeilijk om met de juiste motoriek te reageren. Bijvoorbeeld om een bal te vangen. Daarnaast zijn er kinderen die zich moeilijk kunnen concentreren en die moeite hebben met het horen, zien en begrijpen van wat er om hen heen gebeurt.
De DCD-observatie
Om duidelijk te krijgen of er bij uw kind sprake is van DCD, wordt er gestart met een DCD-observatie. Deze observatie wordt gedaan door een revalidatie- of kinderarts, kinderfysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist en psycholoog, bijgestaan door de psychologisch testassistent. Voor de DCD-observatie is een doorverwijzing van uw huisarts of specialist nodig.
Intake en observatie
Nadat de revalidatie- of kinderarts de aanmeldingsbrief van de huisarts of specialist heeft ontvangen, krijgt u een oproep voor het spreekuur. Tijdens dit spreekuur onderzoekt de arts uw kind en heeft hij een gesprek met u en uw kind. Op basis van dit gesprek kunt u samen met de arts besluiten tot een DCD-observatie.
Aan de hand van deze observatie doet de arts u en uw kind een voorstel voor een eventuele verdere behandeling van uw kind. Dit kan een individuele behandeling zijn door een kinderfysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist of muziektherapeut in het Centrum voor Revalidatie. Uw kind kan ook het advies krijgen voor een behandeling door een kinderfysiotherapeut bij u in de buurt.
Het DCD-team kan ook advies geven over een sport of schooltype dat geschikt is voor uw kind.
Als u het op prijs stelt, kan een psycholoog u als ouder of verzorger met een aantal gesprekken ondersteunen en begeleiden.
Meer informatie