Inseminatie

Print 

Er zijn verschillende vormen van inseminatie mogelijk Op deze pagina leest u informatie over de verschillende mogelijkheden.

Intra-uteriene inseminatie  (IUI)

Bij onverklaarde verminderde vruchtbaarheid of geringe zaadafwijkingen is intra-uteriene inseminatie (IUI) mogelijk. Bij IUI worden de eierstokken met hormonen mild gestimuleerd, zodat er een of twee eiblaasjes ontstaan. Kort voor de eisprong wordt een inseminatie uitgevoerd waarbij zaadcellen met een katheter (dit is een dun, flexibel slangetje) in de baarmoeder worden gebracht. In de meeste gevallen is deze behandeling pijnloos.

IUI wordt meestal maximaal zes maal uitgevoerd. De zwangerschapskans is gemiddeld 10% per cyclus. Er is geen wachtlijst. Na 6 behandelingen is de zwangerschapskans ongeveer 35%.

Kunstmatige inseminatie met zaad van de echtgenoot of partner (KIE)

Soms is het technisch niet mogelijk om samenleving (gemeenschap) te hebben, bijvoorbeeld bij erectiestoornissen of vaginisme. In die situaties is het mogelijk om met behulp van een spuitje het zaad hoog in de schede in te brengen. Vaak is het na uitleg mogelijk dit zelf (samen) thuis te doen. De behandelaar zal u informeren over uw mogelijkheden.

Kunstmatige inseminatie met donorzaad (KID)

Een andere behandelvorm is kunstmatige inseminatie met donorzaad. Deze behandeling is geschikt voor:

  • heteroparen van wie de man geen zaadcellen produceert;
  • lesbische paren;
  • alleenstaande vrouwen.

Bij deze behandeling wordt het donorzaad met een katheter (dit is een dun, flexibel slangetje) in de baarmoeder gebracht. Deze behandeling gebeurt zonder hormonale stimulatie van de eierstokken.

Als er na drie behandelingen geen zwangerschap is ontstaan, dan wordt er een baarmoederfoto gemaakt. Zijn er geen afwijkingen gezien, dan worden er nog zes behandelingen met donorzaad (IUI-D) uitgevoerd waarbij de eierstokken wel mild met hormonen worden gestimuleerd.

Het is gebruikelijk om maximaal negen inseminatiebehandelingen uit te voeren. Als u het wenst, kan het behandeltraject worden afgesloten met een ICSI-behandeling met donorzaad. Omdat er een tekort aan zaaddonoren is, wordt er geen IVF gedaan. Voor een IVF-behandeling is namelijk meer zaad nodig dan voor een ICSI-behandeling. Meer informatie over ICSI en IVF vindt u via de links onder aan deze pagina.

De kans op een zwangerschap per cyclus is 10%.

Tekort aan zaaddonoren

De onderafdeling Voortplantingsgeneeskunde van het UMCG beschikt over een donorspermabank die onderdeel is van de Cryobank. In Nederland is echter een groot tekort aan zaaddonoren waardoor overal een (lange) wachttijd is voor KID-behandelingen. In het UMCG is de wachttijd ongeveer vier jaar.
Gezien deze lange wachttijd zoeken patiënten steeds vaker een donor in hun omgeving. Behandelingen met zaad van een eigen donor worden ook door ons uitgevoerd. Wettelijk is vastgelegd dat alle donorzaad eerst een half jaar in quarantaine moet. Pas als testuitslagen van de donor op infectieziektes goed zijn mag het zaad worden gebruikt.

Als een donorkind is geboren zijn wij verplicht om gegevens van de moeder, de donor en de geboortedatum van het kind te registreren bij de overheid. Donorkinderen kunnen via de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting vanaf hun 16de jaar hun genetische vader opsporen.  

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.