Op de afdeling Voortplantingsgeneeskunde wordt geprobeerd de oorzaak van het uitblijven van een zwangerschap op te sporen. Dit gebeurt door het uitvoeren van het oriënterend fertiliteitsonderzoek, afgekort het OFO. In totaal duurt dit zo’n drie à vier maanden. Het oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO) bestaat uit:
- een analyse van de menstruatiecyclus (cyclusanalyse)
- bepalen van Chlamydia antistoffen in het bloed bij de vrouw
- een zaadonderzoek
- een samenlevingstest (postcoïtumtest, PCT)
- een baarmoederfoto
- eventueel een kijkoperatie in de onderbuik (diagnostische laparoscopie)
Mogelijke oorzaken verminderde vruchtbaarheid
Het oriënterend fertiliteitsonderzoek biedt in de meeste gevallen de oorzaak voor het uitblijven van een gewenste zwangerschap. Veel voorkomende oorzaken zijn:
- stoornissen in de eisprong
- afgenomen zaadkwaliteit
- afgesloten eileiders
- endometriose
- of een combinatie van deze oorzaken.
Bij ongeveer één op de tien paren wordt er bij het oriënterend fertiliteitsonderzoek geen afwijking gevonden en spreken we over onverklaarde verminderde vruchtbaarheid.
Aan de hand van de uitslag van het oriënterend fertiliteitonderzoek, wordt een behandeling op maat gemaakt. Hierbij wordt rekening gehouden met:
Er wordt gebruik gemaakt van een wetenschappelijk model om de kans op zwangerschap te bepalen. De uitslag van het onderzoek en de voorspelde kans op zwangerschap wordt door uw behandelaar met u besproken.
Voorafgaand aan de behandeling wordt u geïnformeerd over de praktische, medische en psychosociale aspecten van de behandeling.