Stent: plaatsing van een buisje in een vernauwde slagader

Print 

U bent opgenomen in het UMCG en uw behandelend arts heeft u verwezen naar de afdeling Radiologie voor het plaatsen van een stent. Een stent is een soort gaasbuisje van metaaldraad met aan de binnenkant een vochtdichte voering. De stent wordt ingebracht in een vernauwde slagader. Daar zet het buisje zich uit, waardoor het de vernauwde ader oprekt en het bloed er weer goed doorheen kan stromen.
Op de afdeling Radiologie doen radiologen en radiologisch laboranten verschillende soorten diagnostisch onderzoek. Diagnostisch onderzoek heeft tot doel vast te stellen wat de oorzaak is van uw klachten. Daarnaast verrichten de radiologen ook bepaalde behandelingen, waaronder het plaatsen van een stent. Meer informatie over röntgenonderzoek en het werk van de afdeling Radiologie vindt u via de link ‘Radiologische technieken’ onder aan deze pagina.

Hulpmiddelen bij de behandeling

Een röntgenafbeelding is een afbeelding van de binnenkant van uw lichaam. Om deze afbeelding te maken gebruikt de radioloog een geringe hoeveelheid röntgenstraling. Daarnaast werkt hij bij deze behandeling met een jodiumhoudend contrastmiddel. Dit is nodig om uw aders zichtbaar te maken met röntgenstralen. Dit middel heeft soms bijwerkingen in de vorm van lichte overgevoeligheidsreacties zoals roodheid, jeuk of blaasjes. Deze kunnen zich overal op uw lichaam voordoen. U merkt dit direct na het toedienen van het contrastmiddel of de volgende dag. Meestal trekken de bijwerkingen na een paar dagen weer weg.

Zijn de bijwerkingen niet na een paar dagen verdwenen en vertrouwt u het niet, neem dan contact op met uw behandelend arts. Vertel hem dat u een radiologisch contrastmiddel ingespoten heeft gekregen. Het is van belang dat de afdeling Radiologie ook weet dat de bijwerkingen bij u niet na een paar dagen verdwijnen. Breng daarom de afdeling ook op de hoogte. U kunt hiervoor bellen met (050) 361 21 69. Ook is het verstandig het te melden wanneer er in de toekomst opnieuw een radiologisch onderzoek nodig is waarbij met een jodiumhoudend contrastmiddel wordt gewerkt.

Voorbereiding

U vindt meer informatie over opname in het UMCG onder de knop ‘Opname’ in het linkermenu van deze pagina.

Voor dit onderzoek is het nodig dat u nuchter bent. Dit betekent dat u vier uur voor het onderzoek niet mag eten, drinken en roken.

Astma, bronchitis en hooikoorts gaan vaak gepaard met een allergie voor jodiumhoudende contrastmiddelen. Als u last heeft van één van deze aandoeningen, vertel het de laborant of arts vóór het onderzoek. Zij willen daarnaast weten of u overgevoelig bent voor medicijnen, jodiumhoudende contrastmiddelen of bepaald voedsel.

Voorbereidingen bij suikerziekte
U mag vier uur voor dit onderzoek niets meer eten of drinken. Het kan daarom wenselijk zijn dat u contact opneemt met uw behandelend arts voor een eventuele aanpassing van uw dieet en/of insulinedosis voor de dag van het onderzoek.

Voorbereidingen bij medicijngebruik

Als u medicijnen gebruikt hoeft u hier voor deze behandeling niet mee te stoppen. U kunt ze gewoon innemen met een geringe hoeveelheid water of thee zonder melk of suiker. Gebruikt u antistollingmedicijnen (bijvoorbeeld Sintrom of Ascal), overleg dan met de arts die ze heeft voorgeschreven of u er voor de behandeling mee kunt stoppen. Een controle van de stollingstijd van uw bloed is overigens altijd nodig, ongeacht of u tijdelijk kunt stoppen met uw antistollingsmedicijn. Een laborant komt u op de afdeling bezoeken om wat bloed af te nemen voor deze controle.
De uitslag van deze controle kan betekenen dat het onderzoek niet door gaat. In die gevallen volgt overleg met uw arts.

Voorbereidingen bij zwangerschap en borstvoeding

Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u zwanger, of denkt u zwanger te zijn, neem dan vóór de behandeling contact op met de afdeling Radiologie. U kunt hiervoor bellen met (050) 361 21 69. Soms wordt de behandeling in overleg met uw behandelend arts uitgesteld.
Uw lichaam neemt het jodiumhoudende contrastmiddel op. Het komt daardoor ook in uw moedermelk terecht. Het is daarom niet verstandig borstvoeding te geven tijdens de eerste 24 uur na het toedienen van het jodiumhoudend contrastmiddel.

De behandeling

U wordt naar de afdeling Radiologie gebracht. U krijgt hier eerst een uitleg over het verloop van het onderzoek.

Na de uitleg gaat u op de onderzoekstafel liggen. Het onderzoek begint met inbrengen van een katheter (dun slangetje) die de radioloog gebruikt om het contrastmiddel in uw slagaderen in te brengen. U krijgt deze katheter in uw lies. De radioloog en de radiologisch laborant brengen samen de katheter in. De radiologisch laborant scheert en ontsmet de huid in uw lies. Daarna krijgt u een verdovingsprik die even pijn kan doen. Vervolgens maakt de radioloog een kleine opening in uw huid en prikt de slagader aan met een naald. Ondanks de verdoving kan dit een drukkend gevoel in de lies geven. De radioloog schuift nu de katheter door de naald in uw slagader en brengt het einde van de katheter in de te onderzoeken slagader. Dit merkt u nauwelijks. 
Ligt de katheter op de goede plaats dan spuit de radioloog het contrastmiddel in. Het contrastmiddel veroorzaakt na het inspuiten een warm gevoel in uw hoofd, keel en buik. Dit gaat na enkele minuten vanzelf weer over.
Na het inspuiten van het contrastmiddel maakt de radioloog röntgenafbeeldingen om te controleren of de katheter op de juiste plaats ligt. Als de katheter goed ligt, vervangt de radioloog deze door een tweede katheter waarmee hij de stent naar de vernauwing in uw slagader brengt. Als de stent daar, is schuift de radioloog hem uit de katheter. Vervolgens maakt hij weer controleafbeeldingen om na te gaan of de stent inderdaad op de juiste plaats ligt. Hiervoor krijgt u op dat moment nauwkeurige uitleg over hoe u moet liggen om een goede röntgenafbeelding mogelijk te maken. Soms is het nodig ook nog röntgenafbeeldingen van andere bloedvaten te maken of nog een stent te plaatsen. In dat geval verwisselt de radioloog de katheter waar de eerste stent in heeft gezeten eruit en brengt een nieuwe in. Als het nodig blijkt nog een stent te plaatsen dan gebeurt dit op dezelfde wijze als bij de eerste stent.

Als de ingreep klaar is verwijdert de radioloog de katheter. De radioloog en de laborant verbinden vervolgens het wondje. De een drukt het gaatje in uw lies tien á vijftien minuten dicht, terwijl de ander het verband aanlegt. Dit verband blijft 24 uur zitten.

Soms is het niet mogelijk om de katheters via uw lies in te brengen. Als dit bij u het geval is zal de radioloog u op dat moment uitleggen wat er gaat gebeuren.

De behandeling duurt ongeveer vier uur.

Na de behandeling

Na de behandeling kunt u weer normaal eten en drinken. Wel zult u na de behandeling vaker moeten plassen. Het is daarom verstandig extra te drinken om het vochtverlies aan te vullen.

Het is mogelijk dat u op de plaats waar de katheter is ingebracht een blauwe plek krijgt. Deze trekt vanzelf weer weg.

Om nabloeden van uw lies te voorkomen is het van belang dat u het eerste uur na het onderzoek op uw rug blijft liggen. Het is belangrijk dat de lies waarin is geprikt zoveel mogelijk gestrekt blijft. U blijft daarom nog zes uur in bed, tenzij de radioloog u iets anders heeft verteld. Het is verstandig het ook na die zes uur rustig aan te doen. Na 24 uur mag het drukverband eraf. Mocht het wondje gaan bloeden, waarschuw dan de verpleegkundige.

In overleg met de zaalarts wordt bepaald wanneer u weer naar huis kunt. De verpleegkundige vertelt u hoe laat u precies weg mag, zodat u een afspraak kunt maken met degene die u op komt halen.

Uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts. Hij vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.

Vragen

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook bellen tussen 8.00 en 9.30 uur met nummer (050) 361 29 27.

Voor informatie over patiëntenverenigingen, andere gezondheidszorginstellingen, de gang van zaken in het UMCG, opmerkingen en klachten, kunt u contact opnemen met de medewerkers van Patiënteninformatie. Informatie hierover vindt u via de link onder aan deze pagina. 

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.