Röntgenonderzoek van de slokdarm en/of maag

Print 

Uw behandelend arts heeft u verwezen naar de afdeling Radiologie voor een onderzoek van uw slokdarm of uw maag of van beide. Op de afdeling Radiologie doen radiologen en radiologisch laboranten verschillende soorten diagnostisch onderzoek. Diagnostisch onderzoek heeft tot doel vast te stellen wat de oorzaak is van uw klachten. Eén van die onderzoeken is het röntgenonderzoek waarbij de radioloog en radiologisch laboranten röntgenafbeeldingen maken van uw slokdarm of uw maag of van beide. Meer informatie over röntgenonderzoek en het werk van de afdeling Radiologie vindt u via de link 'Radiologische technieken' onder aan deze pagina.

Hulpmiddelen bij het onderzoek

Een röntgenopname is een afbeelding van de binnenkant van uw lichaam.De röntgenafbeelding wordt digitaal opgeslagen. De radioloog bekijkt de afbeelding direct op een beeldscherm. Om deze afbeelding te maken gebruikt de radioloog een geringe, hoeveelheid röntgenstraling. Daarnaast gebruikt hij een contrastmiddel. Dit is nodig omdat uw maag en slokdarm anders niet zichtbaar zijn op de röntgenafbeelding. Het contrastmiddel dat de radioloog bij dit onderzoek gebruikt is bariumpap. Bariumpap is wit en heeft geen smaak. Ook heeft de pap geen bijwerkingen en uw lichaam neemt de pap niet op.
Naast röntgenstraling en bariumpap werkt de radioloog bij dit onderzoek met bruiskorreltjes. In uw maagwand zitten altijd plooien waardoor het lastig is er een goede afbeelding van te maken. De bruiskorreltjes verhelpen dit probleem. Als ze oplossen in uw maag ontstaat een onschuldig gas waardoor uw maag uitzet en de plooien beter zichtbaar zijn. De korreltjes zijn wit en hebben geen smaak.

Voorbereiding

De bariumpap die bij dit onderzoek wordt gebruikt vlekt. Het is daarom verstandig een hemd of een T-shirt mee te nemen om te dragen tijdens het onderzoek voor het geval er tijdens het onderzoek pap op uw kleren komt. De vlekken zijn overigens goed uitwasbaar.

Om goede afbeeldingen van uw maag te kunnen maken is het belangrijk dat hij zo leeg mogelijk is. U mag daarom de avond vóór het onderzoek alleen een licht verteerbare maaltijd gebruiken. Als lichte maaltijd kunt u kiezen uit het volgende:

  • heldere bouillon;
  • mager vlees met vetarme jus;
  • gekookte vis;
  • gekookte groenten met aardappelen, aardappelpuree of witte rijst;
  • macaroni zonder boter, margarine of saus;
  • oud wit brood of beschuit, eventueel met jam;
  • vla of yoghurt;
  • fruit zonder schil en/of pit.

Na deze lichte maaltijd mag u geen vast voedsel meer nemen maar alleen nog de volgende dranken:

  • appelsap, 
  • druivensap, 
  • bessensap, 
  • Roosvicee, 
  • limonadesiroop, 
  • koffie met weinig suiker,
  • thee met weinig suiker,
  • gefiltreerd sinaasappelsap,
  • gefiltreerde bouillon.

U mag geen koolzuurhoudende dranken en melkproducten drinken.

Op de dag van het onderzoek moet u nuchter blijven en mag u niet meer eten, drinken en roken. Dit geldt ook als het onderzoek pas tijdens de middag gebeurt. Om de periode waarop u nuchter moet blijven zo kort mogelijk te houden vindt het onderzoek overigens meestal in de ochtend plaats.

Voorbereidingen bij medicijngebruik

Zoals gezegd is het belangrijk dat uw maag voor dit onderzoek zo leeg mogelijk is. Veel medicijnen worden met water ingenomen en soms breken ze bovendien ook te langzaam af in de maag. Hierdoor is het lastig een goede röntgenafbeelding van uw maag te nemen. Daarom mag u op de dag van het onderzoek uw medicijnen pas na het onderzoek innemen. Als u niet zeker weet of u wel zo lang mag wachten met het innemen van uw medicijnen, neem dan contact op met de arts die ze heeft voorgeschreven. De avond voor het onderzoek mag u uw medicijnen wel innemen met wat water.

Voorbereidingen bij suikerziekte

Heeft u suikerziekte en gebruikt u tabletten of insuline, bel dan na ontvangst van de afspraakbevestiging het secretariaat van de afdeling Radiologie. U kunt bellen met (050) 361 22 81 of (050) 361 23 05. Zij kunnen ervoor zorgen dat u ’s ochtends vroeg meteen aan de beurt bent zodat u uw dieet of medicatie waarschijnlijk niet hoeft aan te passen.

Voorbereidingen bij zwangerschap en borstvoeding

Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u zwanger, of denkt u zwanger te zijn, neem dan vóór het onderzoek contact op met de afdeling Radiologie. U kunt bellen hiervoor met (050) 361 22 81 of (050) 361 23 05. Soms wordt het onderzoek in overleg met uw behandelend arts uitgesteld.
Uw lichaam neemt het barium uit de pap niet op waardoor het ook niet in uw moedermelk komt. U kunt dus gewoon doorgaan met de borstvoeding. Ook komt er niets van de bruiskorreltjes in uw moedermelk.

Het onderzoek

U meldt zich bij de receptie en neemt plaats in de wachtkamer. De radiologisch laborant haalt u op uit de wachtkamer en brengt u naar de onderzoekskamer. U krijgt hier eerst een uitleg over het verloop van het onderzoek.

Na deze uitleg krijgt u de bruiskorreltjes die u samen met een slok bariumpap inneemt. Zodra de bruiskorreltjes in uw maag komen zal een gas ontstaan. U merkt dit doordat u een erg opgeblazen gevoel krijgt waardoor u wilt boeren. Het is echter belangrijk dat u tijdens het onderzoek niet boert omdat het gas daardoor ontsnapt.

Na het innemen van de bariumpap en de bruiskorreltjes gaat u liggen. De radiologisch laborant of de radioloog vraagt u nu of u zich helemaal rond wilt draaien. Dit is nodig om de bariumpap goed over de wand van uw maag te verdelen. De radioloog begint nu met het afbeelden van uw maag. Om een goed beeld van uw maag te krijgen is het nodig hem van verschillende kanten af te beelden. De radioloog zal u regelmatig vragen of u zich een beetje wilt omdraaien.

Soms blijkt tijdens het onderzoek van uw maag dat het ook nodig is om naar uw slokdarm te kijken. De radioloog maakt de röntgenafbeeldingen van uw slokdarm aan het eind van het onderzoek. U krijgt dan een slok pap, die u op het teken van de radioloog mag doorslikken. Zodra u slikt maakt hij één of meerdere röntgenafbeeldingen. Het is ook mogelijk dat de radioloog alleen röntgenafbeeldingen neemt van uw slokdarm. In dat geval zijn dezelfde voorbereidingen nodig als bij het onderzoek van uw maag.

Het totale onderzoek duurt ongeveer twintig minuten.

Na het onderzoek

Na het onderzoek kunt u weer gewoon eten en drinken. Uw ontlasting zal één tot enkele dagen na het onderzoek licht van kleur zijn. Dit komt door de bariumpap en is onschuldig. Om te zorgen dat het contrastmiddel snel uw lichaam verlaat is het verstandig één à twee dagen extra veel te drinken. De bariumpap heeft geen bijwerkingen. Het kan echter wel indikken in uw dikke darm, wat bij patiënten met een trage stoelgang tot verstopping (obstipatie) kan leiden. Het is dan raadzaam veel te drinken en zonodig een laxeermiddel te gebruiken.

Uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts. Hij vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.

Vragen

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook bellen tussen 8.00 en 9.30 uur met nummer (050) 361 29 27.

Voor informatie over patiëntenverenigingen, andere gezondheidszorginstellingen, de gang van zaken in het UMCG, opmerkingen en klachten, kunt u contact opnemen met de medewerkers van Patiënteninformatie. Informatie hierover vindt u via de link onder aan deze pagina.

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.