Röntgenonderzoek van de hartlongslagader

Print 

U bent opgenomen in het UMCG en uw behandelend arts heeft u verwezen naar de afdeling Radiologie voor een onderzoek van uw hartlongslagader. Op de afdeling Radiologie doen radiologen en radiologisch laboranten verschillende soorten diagnostisch onderzoek. Diagnostisch onderzoek heeft tot doel vast te stellen wat de oorzaak is van uw klachten. Eén van die onderzoeken is het röntgenonderzoek waarbij de radioloog en radiologisch laboranten röntgenafbeeldingen maken van uw hartlongslagader. Meer informatie over röntgenonderzoek en het werk van de afdeling Radiologie vindt u via de link 'Radiologische technieken' onder aan deze pagina.

Hulpmiddelen bij het onderzoek

Een röntgenopname is een afbeelding van de binnenkant van uw lichaam. De röntgenafbeelding wordt digitaal opgeslagen. De radioloog bekijkt de afbeelding direct op een beeldscherm. Om deze afbeelding te maken gebruikt de radioloog een geringe hoeveelheid röntgenstraling. Hij kan de afbeelding op een film vastleggen, maar ook direct op een beeldscherm bekijken. Deze laatste techniek heet doorlichten en wordt ook bij dit onderzoek toegepast.
Daarnaast werkt de radioloog bij dit onderzoek met een jodiumhoudend contrastmiddel. Dit is nodig om uw hartlongslagader zichtbaar te maken met röntgenstralen. Dit middel heeft soms bijwerkingen in de vorm van lichte overgevoeligheidsreacties zoals roodheid, jeuk of blaasjes. Deze kunnen zich overal op uw lichaam voordoen. U merkt dit direct na het toedienen van het contrastmiddel of de volgende dag. Meestal trekken de bijwerkingen na een paar dagen weer weg.

Zijn de bijwerkingen niet na een paar dagen verdwenen en vertrouwt u het niet, neem dan contact op met uw behandelend arts. Vertel hem dat u een jodiumhoudend contrastmiddel ingespoten heeft gekregen. Het is van belang dat de Afdeling Radiologie ook weet dat de bijwerkingen bij u niet na een paar dagen verdwijnen. Breng daarom de afdeling ook op de hoogte. U kunt hiervoor bellen met (050) 361 22 89. Ook is het verstandig het te melden wanneer er in de toekomst opnieuw een radiologisch onderzoek nodig is waarbij met een jodiumhoudend contrastmiddel wordt gewerkt.

Voorbereiding

Voor dit onderzoek is het nodig dat u nuchter bent. Dit betekent dat u vier uur voor het onderzoek niets mag eten, drinken en roken.

Astma, bronchitis en hooikoorts gaan vaak gepaard met een allergie voor jodiumhoudende contrastmiddelen. Als u last heeft van één van deze aandoeningen, vertel het de laborant of arts vóór het onderzoek. Zij willen daarnaast weten of u overgevoelig bent voor medicijnen, jodiumhoudende contrastmiddelen of bepaald voedsel.

Voorbereidingen bij suikerziekte

Het kan wenselijk zijn dat u contact opneemt met uw behandelend arts voor een eventuele aanpassing van uw dieet en/of insulinedosis voor de dag van het onderzoek.

Voorbereidingen bij medicijngebruik

Als u medicijnen gebruikt hoeft u hier voor dit onderzoek niet mee te stoppen. U kunt ze gewoon innemen met een geringe hoeveelheid water of thee zonder melk en suiker. Dit geldt echter niet voor antistollingmedicijnen (bijvoorbeeld Sintrom of Ascal). Gebruikt u antistollingmedicijnen, overleg dan met de arts die ze heeft voorgeschreven of u er voor het onderzoek mee kunt stoppen. Een controle van de stollingstijd van uw bloed is overigens altijd nodig, ongeacht of u tijdelijk kunt stoppen met uw antistollingsmedicijn. De aanvragende arts zorgt hiervoor. Op de afdeling waar u op dat moment verblijft, komt een laborant langs om wat bloed bij u af te nemen. De uitslag van de controle gaat naar de afdeling waar u op dat moment verblijft.
De uitslag van deze controle kan aanleiding vormen om het röntgenonderzoek niet door te laten gaan. Uw aanvragende arts vertelt u wat er dan verder gebeurt.

Voorbereidingen bij zwangerschap en borstvoeding

Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u zwanger, of denkt u zwanger te zijn, neem dan vóór het onderzoek contact op met de afdeling Radiologie. Soms wordt het onderzoek in overleg met uw behandelend arts uitgesteld.
Uw lichaam neemt het jodiumhoudende contrastmiddel op. Het komt daardoor ook in uw moedermelk terecht. Het is daarom niet verstandig borstvoeding te geven tijdens de eerste 24 uur na het toedienen van het jodiumhoudend contrastmiddel.

Het onderzoek

U meldt zich bij de receptie en neemt plaats in de wachtkamer. De radiologisch laborant haalt u op uit de wachtkamer en brengt u naar de onderzoekskamer. U krijgt hier eerst een uitleg over het verloop van het onderzoek.

Na de uitleg gaat u op de onderzoekstafel liggen. Het onderzoek begint met aanleggen van een dun slangetje (katheter) dat de radioloog gebruikt om het contrastmiddel in uw aderen in te brengen. U krijgt deze katheter meestal in uw lies. De radioloog en de radiologisch laborant brengen samen de katheter aan. De radiologisch laborant scheert en ontsmet de huid in uw lies. Daarna krijgt u een verdovingsprik die even pijn kan doen. Vervolgens maakt de radioloog een kleine opening in uw huid en prikt de slagader aan met een naald. U voelt dit ondanks de verdoving drukken in uw lies. De radioloog schuift nu de katheter door de naald in de slagader en brengt het einde van de katheter naar uw hartlongslagader. Hij doet dit onder doorlichting.
Het schuiven van de katheter door uw aderen voelt u nauwelijks. Om in de longslagader te komen gaat de katheter door uw hart. In zeldzame gevallen kan dit uw hart ontregelen en kunt u hartkloppingen krijgen. Daarom bewaakt de radioloog uw hart door een hartfilm (ECG) te maken. U krijgt daarvoor een aantal plakkers op uw lichaam die zijn aangesloten op een hartbewakingsapparaat.

Als de katheter op de goede plaats ligt, spuit de radioloog het contrastmiddel in en maakt hij de röntgenafbeeldingen. Het contrastmiddel veroorzaakt na het inspuiten een warm gevoel in uw hoofd, keel en buik. Dit gaat na enkele minuten vanzelf weer over. U krijgt bij het maken van de afbeeldingen aanwijzingen over hoe u moet liggen. Ook zal de radioloog u vragen uw adem in te houden wanneer hij een röntgenafbeelding neemt. Als alle opnames zijn gemaakt verwijdert de radioloog de katheter. De radioloog en de laborant verbinden vervolgens het wondje. De één drukt het ontstane gaatje in de lies tien á vijftien minuten dicht terwijl de ander het verband aanlegt. Dit verband blijft 24 uur zitten. Soms wordt een "plug" (angio-seal) gebruikt. Dit is een soort lijmpropje dat het prikgat afdicht. Dit wordt weer met een pleister afgesloten. Welke methode gebruikt wordt hangt af van ontstollingstijd, leeftijd en andere factoren. Het onderzoek duurt ongeveer een uur.

Na het onderzoek

Na het onderzoek gaat u terug naar de afdeling waar u bent opgenomen. Om nabloeden van uw lies te voorkomen is het van belang dat u het eerste uur na het onderzoek op uw rug blijft liggen. Het is belangrijk dat de lies waarin is geprikt zoveel mogelijk gestrekt blijft. Na het eerste uur mag u in bed wat bewegen. Na vier uur mag u uit bed, tenzij de radioloog u iets anders heeft verteld. Het is verstandig het rustig aan te doen. Na 24 uur mag het drukverband of de angio-seal eraf. Het laat eenvoudig los tijdens het douchen of met een beetje wasbenzine of ether. Mocht het wondje gaan bloeden, waarschuw dan de verpleegkundige.

Het is mogelijk dat u op de plaats waar de katheter is ingebracht een blauwe plek krijgt. Deze trekt vanzelf weer weg en kan geen kwaad.

Uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts. Hij vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.

Vragen

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook bellen tussen 8.00 en 9.30 uur met nummer (050) 361 29 27.

Voor informatie over patiëntenverenigingen, andere gezondheidszorginstellingen, de gang van zaken in het UMCG, opmerkingen en klachten, kunt u contact opnemen met de medewerkers van Patiënteninformatie. Informatie hierover vindt u via de link onder aan deze pagina.

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.