Uw behandelend arts heeft u voor onderzoek van uw dunne darm verwezen naar de afdeling Radiologie (röntgen). Op de afdeling Radiologie doen radiologen en radiologisch laboranten verschillende soorten diagnostisch onderzoek. Diagnostisch onderzoek heeft tot doel vast te stellen wat de oorzaak is van uw klachten. Eén van die onderzoeken is het röntgenonderzoek waarbij de radioloog en radiologisch laboranten röntgenafbeeldingen maken van uw dunne darm. Meer informatie over röntgenonderzoek en het werk van de afdeling Radiologie vindt u via de link 'Radiologische technieken' onder aan deze pagina.
Hulpmiddelen bij het onderzoek
Een röntgenopname is een afbeelding van de binnenkant van uw lichaam. De röntgenafbeelding wordt digitaal opgeslagen. De radioloog bekijkt de afbeelding direct op een beeldscherm. Om deze afbeelding te maken gebruikt de radioloog een geringe, hoeveelheid röntgenstraling. Daarnaast gebruikt hij een contrastmiddel. Dit is nodig omdat uw dunne darm anders niet zichtbaar is op de röntgenafbeelding. Het contrastmiddel dat de radioloog bij dit onderzoek gebruikt is bariumpap. Bariumpap is wit en heeft geen smaak. Ook heeft de pap geen bijwerkingen en uw lichaam neemt de pap niet op.
Voorbereiding
De bariumpap die bij dit onderzoek wordt gebruikt vlekt. Het is daarom verstandig extra ondergoed en een hemd of T-shirt mee te nemen om te dragen tijdens het onderzoek voor het geval er tijdens het onderzoek pap op uw kleren komt. De vlekken zijn overigens goed uitwasbaar.
Het is voor dit onderzoek belangrijk dat uw darmen goed leeg zijn. U krijgt daarom een recept voor het laxeermiddel X-Praep tegelijk met de afspraakbevestiging. U kunt het laxeermiddel afhalen bij uw apotheek. U zult door X-Praep vaak naar het toilet moeten en last kunnen krijgen van darmkrampen. Uw urine kan ook een aantal dagen een onschuldige rode verkleuring hebben. Leest u voor gebruik van X-Praep eerst de bijsluiter.
Om ervoor te zorgen dat uw darmen helemaal leeg zijn mag u de dag voor het onderzoek na uw ontbijt niet meer gewoon eten en drinken. In plaats daarvan krijgt u een speciaal dieet. Dit dieet en het schema voor het innemen van de X-Praep staan hieronder. U vindt het dieet en het schema ook bij uw afspraakbevestiging.
| Ontbijt |
Normaal |
| 12.00 |
1 heldere gelatinepudding of 1 glas limonade |
| 13.00 |
1 glas helder vruchtensap, limonade of water |
| 14.00 |
1 glas helder vruchtensap, limonade of water |
| 15.00 |
Weeg uzelf en neem zoveel ml X-Praep als overeenkomt met uw gewicht in kg. Dat wil zeggen, u neemt 50 ml X-Praep als u 50 kilo weegt, 55 ml als u 55 kilo weegt, 60 ml als u 60 kilo weegt, enzovoort. Neem echter nooit meer dan 75 ml X-Praep. Wanneer u zwaarder bent dan 75 kilo neemt u dus 75 ml. |
| 16.00 |
1 glas helder vruchtensap, limonade of water |
| 17.00 |
1 heldere gelatinepudding, of gefiltreerde bouillon en 1 glas helder vruchtensap, limonade of water. |
| 18.00 |
1 glas helder vruchtensap, limonade of water |
| 19.00 |
1 glas helder vruchtensap, limonade of water |
| 20.00 |
1 glas helder vruchtensap, limonade of water |
| 21.00 |
1 glas helder vruchtensap, limonade of water |
| 22.00 |
1 glas helder vruchtensap, limonade of water |
Toegestane Dranken zijn:
-
appelsap,
-
druivensap,
-
bessensap,
-
Roosvicee,
-
limonadesiroop,
-
koffie met weinig suiker,
-
thee met weinig suiker,
-
gefiltreerd sinaasappelsap,
-
gefiltreerde bouillon.
Niet toegestaan: alle koolzuurhoudende dranken en melkproducten.
Op de dag van het onderzoek mag u niet ontbijten. U mag wel drinken; twee glazen helder vruchtensap, limonade of water. Dit geldt ook als het onderzoek pas tijdens de middag gebeurt. Om de periode waarop u nuchter moet blijven zo kort mogelijk te houden vindt het onderzoek overigens meestal `s ochtends plaats.
Voorbereidingen bij medicijngebruik
Uw medicijnen kunt u normaal innemen, ook op de dag van het onderzoek. Houdt u er echter wel rekening mee dat u waarschijnlijk diarree zult krijgen door de voorbereidingen voor dit onderzoek. Dat kan betekenen dat uw bloed niet alle werkzame stoffen uit uw medicijnen opneemt. Dit geldt ook voor de anticonceptiepil. Neem bij twijfel contact op met de arts die u heeft doorverwezen voor dit onderzoek.
Voorbereidingen bij suikerziekte
Als u suikerziekte heeft, houd dan rekening met het suikergehalte (sacharose) van X-Praep (0,65 gram per ml.). Zo nodig kunt u contact opnemen met uw behandelend arts. Ook kan het wenselijk zijn dat u contact opneemt met uw behandelend arts voor een eventuele aanpassing van uw dieet en/of insulinedosis voor de dag van het onderzoek.
Voorbereidingen bij stoma’s
Heeft u een dikke darm stoma (colostoma) dan kunt u de voorbereidingen normaal volgen. Het is echter raadzaam een grotere stomazak (met kraan) te gebruiken. Deze kunt u krijgen van de stomaverpleegkundige. Heeft u een dunne darm stoma (ileostoma), volg ook dan de richtlijnen voor het dieet, echter zonder het laxeermiddel in te nemen.
Voorbereidingen bij zwangerschap en borstvoeding
Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u zwanger, of denkt u zwanger te zijn, neem dan vóór het onderzoek contact op met de afdeling Radiologie. U kunt hiervorr bellen met (050) 361 22 81. Soms wordt het onderzoek in overleg met uw behandelend arts uitgesteld.
Uw lichaam neemt het barium uit de pap niet op waardoor het ook niet in uw moedermelk komt. U kunt dus gewoon doorgaan met de borstvoeding.
Het onderzoek
U meldt zich bij de receptie en neemt plaats in de wachtkamer. De radiologisch laborant haalt u op uit de wachtkamer en brengt u naar de onderzoekskamer. U krijgt hier eerst een uitleg over het verloop van het onderzoek.
Het onderzoek begint met het toedienen van de bariumpap. U krijgt de pap toegediend door een slangetje dat via uw mond of neus naar uw maag gaat. De radiologisch laborant of de radioloog brengt het slangetje in. Dit is niet pijnlijk maar wel onaangenaam. U zult moeten kokhalzen. Hij schuift het uiteinde van het slangetje op tot voorbij de maag. Ligt het slangetje op de goede plaats, dan plakt hij het vast aan uw neus of mond. Via dit slangetje stroomt het contrastmiddel in uw darmen. U zult hier weinig van merken. De radioloog maakt nu röntgenafbeeldingen van elk deel van uw dunne darm. De radioloog zal u soms vragen of u anders wil gaan liggen. Ook zal hij regelmatig op uw buik drukken om het contrastmiddel verder door uw darmen te laten stromen. Hij kan zo uw dunne darm in zijn geheel afbeelden. Het duurt vijftien á dertig minuten voordat de contrastvloeistof de overgang van de dunne darm naar de dikke darm heeft bereikt. Als deze overgang in beeld is gebracht, blijft u nog even op de tafel liggen. Intussen beslist de radioloog of de röntgenafbeeldingen goed gelukt zijn. Zijn de röntgenafbeeldingen gelukt, dan is het onderzoek klaar. De radioloog maakt de vastgeplakte slang los en haalt hem er voorzichtig uit. Dit is niet pijnlijk maar wel onaangenaam. U zult moeten kokhalzen.
Als de afbeeldingen in een keer zijn gelukt duurt het onderzoek ongeveer drie kwartier. In de onderzoekskamer liggen een washandje en een handdoek zodat u zich na afloop kunt wassen als er bariumpap gemorst is.
Na het onderzoek
Na het onderzoek kunt u weer normaal eten en drinken. Uw ontlasting zal door het contrastmiddel een of twee dagen wit zijn. Dit is onschuldig. Om te zorgen dat de bariumpap snel uw lichaam verlaat is het verstandig een á twee dagen extra veel te drinken. Het contrastmiddel bariumsulfaat, dat in de pap zit, heeft geen bijwerkingen. Het kan echter wel indikken in uw dikke darm, wat bij patiënten met een trage stoelgang tot verstopping (obstipatie) kan leiden. Het is dan raadzaam veel te drinken en zonodig een laxeermiddel te kopen.
Uitslag
U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts. Hij vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.
Vragen
Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook bellen tussen 8.00 en 9.30 uur met nummer (050) 361 29 27.
Voor informatie over patiëntenverenigingen, andere gezondheidszorginstellingen, de gang van zaken in het UMCG, opmerkingen en klachten, kunt u contact opnemen met de medewerkers van Patiënteninformatie. Informatie hierover vindt u via de link onder aan deze pagina.