Uw behandelend arts heeft u verwezen naar de afdeling Radiologie voor röntgenafbeeldingen en behandeling van een traanbuis wanneer dit nodig blijkt te zijn. Tijdens het onderzoek kijkt de radioloog waar uw traanbuis verstopt is en of dit te behandelen is. Wanneer behandeling mogelijk is wordt een vervolgafspraak gemaakt om uw traanbuis te openen.
Meer informatie over röntgenonderzoek en het werk van de afdeling Radiologie vindt u via de link ‘Radiologische technieken’ onder aan deze pagina.
Hulpmiddelen bij het onderzoek
Een röntgenopname is een afbeelding van de binnenkant van uw lichaam. De röntgenafbeelding wordt digitaal opgeslagen. De radioloog bekijkt de afbeelding direct op een beeldscherm. Deze techniek heet doorlichten en wordt ook bij dit onderzoek toegepast.
Om de röntgenafbeelding te maken gebruikt de radioloog een geringe hoeveelheid röntgenstraling. Daarnaast werkt hij bij dit onderzoek met een contrastmiddel. Dit is nodig om uw traanbuis zichtbaar te maken met röntgenstralen. Deze contrastvloeistof heeft geen bijwerkingen.
Om uw oog te verdoven gebruikt de radioloog een verdovingsvloeistof. Hij druppelt die in uw oog. Voor het verdoven van uw neus gebruikt hij een neusspray.
Voorbereidingen
Voor dit onderzoek is het nodig dat u nuchter bent. Dit betekent dat u vier uur voor het onderzoek niets mag eten, drinken en roken.
U kunt na dit onderzoek niet zelf autorijden of op een andere manier actief deelnemen aan het verkeer. Het is daarom raadzaam vooraf te regelen dat iemand u naar huis rijdt. De afdeling Radiologie kan ook een taxi voor u bellen (de kosten van de taxi zijn voor eigen rekening).
Voorbereidingen bij suikerziekte
U mag vier uur voor dit onderzoek niets meer eten of drinken. Het kan daarom wenselijk zijn dat u contact opneemt met uw behandelend arts voor een eventuele aanpassing van uw dieet en/of insulinedosis voor de dag van het onderzoek.
Voorbereidingen bij medicijngebruik
Als u medicijnen gebruikt hoeft u hier voor dit onderzoek niet mee te stoppen. U kunt ze gewoon innemen met een geringe hoeveelheid water.
Voorbereidingen bij zwangerschap en borstvoeding
Ongeboren kinderen zijn gevoelig voor röntgenstraling. Bent u zwanger, of denkt u zwanger te zijn, neem dan vóór het onderzoek contact op met de afdeling Radiologie. Soms wordt het onderzoek in overleg met uw behandelend arts uitgesteld.
Het onderzoek
U meldt zich bij de receptie en neemt plaats in de wachtkamer. De radiologisch laborant haalt u op en brengt u naar de onderzoekskamer. U krijgt hier eerst uitleg over het verloop van het onderzoek.
Het onderzoek begint met het verdoven van uw oog met oogdruppels. Daarna verdooft de radioloog de binnenkant van uw neus met een neusspray. Hij controleert of de verdovingen goed zijn ingewerkt. Zijn deze goed ingewerkt, dan maakt hij met een kleine metalen pen uw traanbuis iets ruimer zodat een dun platic slangetje (katheter) erin past. Deze verruiming verdwijnt na de behandeling weer vanzelf. Vervolgens brengt hij een voerdraad in de traanbuis. Dit is een zeer dun metalen draadje dat de radioloog gebruikt om een katheter over te schuiven. Als de katheter op zijn plaats ligt verwijdert de radioloog de voerdraad en maakt de eerste röntgenafbeeldingen. Daarna brengt hij de contrastvloeistof in uw traanbuis in door de katheter. Als uw traanbuis niet geheel verstopt is kunt u een vieze smaak in uw mond krijgen. Dit is de contrastvloeistof die via uw neus-keelholte in uw mond terechtkomt. Het inbrengen van de contrastvloeistof gebeurt onder doorlichting waarbij de radioloog het röntgenapparaat ter plaatse van uw ogen instelt. Het is van groot belang dat u tijdens het onderzoek uw hoofd zo stil mogelijk houdt. Dit omdat de radioloog de afbeeldingen met en zonder contrastvloeistof met elkaar moet vergelijken.
Dit onderzoek duurt ongeveer dertig minuten.
De behandeling
Als uw traanbuis verstopt is volgt niet direct de behandeling. Daarvoor is een nieuwe afspraak nodig. De behandelingsprocedure is gelijk aan het onderzoek. Dat wil zeggen dat de radioloog op dezelfde wijze een katheter in uw traanbuis aanbrengt om contrastvloeistof in te kunnen brengen. Als de contrastvloeistof is ingebracht zal de radioloog met een zogenaamde ''dilatator'' proberen uw traanbuis op te rekken om de doorgang van het traanvocht te herstellen. Mocht dit niet lukken dan zal hij u terugverwijzen naar uw oogarts. De behandeling duurt ongeveer zestig minuten.
Uitslag
U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts. Hij vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.
Vragen
Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook bellen tussen 8.00 en 9.30 uur met nummer (050) 361 22 89.
Voor informatie over patiëntenverenigingen, andere gezondheidszorginstellingen, de gang van zaken in het UMCG, opmerkingen en klachten, kunt u contact opnemen met de medewerkers van Patiënteninformatie. Informatie hierover vindt u via de link onder aan deze pagina.