NeuroModulatie bij bewegingsstoornissen

Print 

Voor wie?

Voordat een patiënt in aanmerking komt voor een dergelijke ingreep wordt een uitvoerige screening verricht. Daarbij wordt aandacht gegeven aan factoren als leeftijd, lichamelijke en mentale conditie, beeldvorming van de hersenen, vaak een uitvoerig neuropysychologisch onderzoek en aan welke therapieën reeds zijn geprobeerd met welk resultaat. Na deze screening, die ook een psychosociale evaluatie bevat door een Parkinsonverpleegkundige, wordt in teamverband besproken of de resultaten van de screening zodanig zijn dat iemand in aanmerking komt voor functionele neurochirugie. Daarbij wordt ook een video over het functioneren van de patiënt getoond en besproken. 

Korte typering van mogelijke operaties

De thalamotomie en thalamus‑stimulatie worden toegepast bij patiënten die veel last hebben van tremoren ondanks de standaard medicijnen die hiervoor beschikbaar zijn. Na stereotactische behandeling wordt een blijvende verbetering van het beven bereikt bij ongeveer 85 procent van de patiënten

De pallidotomie en pallidum-stimulatie worden uitgevoerd bij patiënten met de ziekte van Parkinson die last hebben van overbeweeglijkheid, grote schommelingen in het effect van de medicijnen, en bij pijnlijke verkrampingen (dystonie), stijfheid en/of traagheid. De eerste drie genoemde symptomen reageren bij 80 procent van de patiënten goed op de operatie

De subthalamicus‑stimulatie (tomie is daarbij niet mogelijk) wordt alleen toegepast bij patiënten met de ziekte van Parkinson die ernstige schommelingen in hun functioneren hebben.

De operatie

Voorafgaande aan de operatie wordt een foto gemaakt van de hersenen (MRI) die gebruikt wordt om het doel precies te bepalen. Deze foto wordt gemaakt met een frame op het hoofd waarmee elke plaats in de hersenen driedimensionaal kan worden aangegeven. De operatie (functionele stereotaxie) is een methode waarmee een bepaalde plaats in de hersenen precies benaderd kan worden. Bij deze operaties is het mogelijk via een opening in het schedeldak (boorgat), met een elektrode dieper gelegen hersenstructuren te bereiken. Deze operatietechniek wordt gebruikt voor de behandeling van een aantal bewegingsstoornissen. U kunt hierbij denken aan tremoren, aan dystonie of aan de ziekte van Parkinson. Afhankelijk van de klachten wordt een bepaald gebied in de hersenen als doel voor de ingreep gekozen. In het gekozen doelgebied wordt een klein letsel gemaakt of een elektrode geplaatst die elektrische pulsjes afgeeft. Het plaatsen van de elektrode wordt ook wel stimulatie genoemd.

De doelgebieden zijn:  

  1. Globus Pallidus
  2. Thalamus kern
  3. Subthalamus kern

De operatie wordt onder plaatselijke verdoving verricht. Dit is noodzakelijk omdat de medewerking nodig is van de patiënt om de juiste plaats voor de stimulatie of het letsel te bepalen. De spraak, spierkracht, het gevoel en de oogbewegingen worden daarom tijdens de operatie door de neuroloog bij herhaling gecontroleerd. Als de elektrode goed zit kan er direct een verminderde stijfheid gevoeld worden of is de tremor verdwenen of sterk verbeterd. In geval van stimulatie wordt tijdens een tweede operatie de elektrode onderhuids aangesloten op een zgn. pulsgenerator die de elektrische pulsjes genereert. Na de operatie wordt de patiënt bij herhaling gecontroleerd en verder ingesteld op de juiste stroomsterkte.

Conclusie

Functionele chirurgie bij bewegingsstoornissen is een mooi voorbeeld hoe tijdens het gehele zorgtraject veel verschillende beroepsbeoefenaren met elkaar samenwerken om tot een goed behandelingsresultaat te komen. Zonder dit teamwork is functionele chirurgie niet mogelijk.

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.