In vitro fertilisatie en intracytoplasmatische sperma injectie
Bij IVF en ICSI worden zaadcellen dichtbij de eicellen gebracht om de kans op bevruchting te verhogen. Bij IVF worden de zaadcellen in het laboratorium bij de eicellen in een kweekschaaltje gelegd. Bij ICSI wordt in iedere eicel één zaadcel naar binnen gebracht. IVF en ICSI noemen we wel geassisteerde voortplantingstechnieken.
Wanneer IVF
De arts kan IVF voorstellen als uit oriënterend fertiliteitonderzoek (OFO) blijkt dat:
- de eileiders zijn afgesloten;
- er ernstige endometriose bestaat;
- er na zes IUI-behandelingen geen zwangerschap is ontstaan.
Informatie over het OFO en IUI vindt u via de links onder aan deze pagina. Meer informatie over IVF leest u in de brochure die u onder aan deze pagina kunt downloaden.
Wanneer ICSI
De arts kan ICSI voorstellen als:
- de zaadkwaliteit sterk verminderd is;
- er na een eerdere IVF-behandeling geen bevruchting heeft plaatsgevonden.
Meer informatie over ICSI staat beschreven in de brochure die u onder aan deze pagina kunt downloaden.
Kansen
- De kans op een kind is na één IVF of ICSI-poging ongeveer 20-25%.
- Na drie pogingen is ongeveer de helft van de paren zwanger geworden.
IVF/ICSI-behandelingen waarbij de eierstokken gedurende ongeveer twee weken worden gestimuleerd met hormonen (de zogenaamde hyperstimulatie IVF/ICSI-behandelingen) worden maximaal drie keer vergoed door de verzekering. Als er dan geen zwangerschap is ontstaan kan op basis van de verzamelde gegevens worden besproken of het zinvol is om nog een volgende behandeling te ondergaan. Als er wel een zwangerschap is ontstaan kunnen voor een volgend kind weer drie IVF/ICSI-pogingen worden ondernomen die opnieuw door de verzekeraars vergoed worden.
Wachttijd
Het lukt meestal om binnen twee tot zes maanden na aanmelding met de behandeling te beginnen.