Cochleaire Implantatie (CI)

Print 

Een cochleair implantaat (CI) is een hulpmiddel waarmee dove of zeer ernstig slechthorenden weer gedeeltelijk geluid en spraak kunnen horen. U komt hiervoor in aanmerking als uw doofheid of slechthorendheid het gevolg is van een defect slakkenhuis en dit met een gewoon hoortoestel niet op te lossen is.
Een goed werkend slakkenhuis zet de trillingen van geluid om in elektrische stroompjes die via uw gehoorzenuw naar uw hersenen gaan. De hersenen nemen dit waar als geluid. Als uw slakkenhuis slecht functioneert wordt het geluid niet goed omgezet in elektrische stroompjes. Ook niet als het geluid versterkt wordt met een gewoon hoortoestel. Een CI kan de functie van het slakkenhuis overnemen. Het CI zet het geluid dan om in elektrische signalen en stuurt deze direct door naar de gehoorzenuw.

Dwarsdoorsnede oor

Het cochleair implantaat

Een CI bestaat uit een inwendig en een uitwendig deel. Het inwendige deel (het implantaat) wordt operatief ingebracht onder de hoofdhuid, vlak achter het oor: Het bestaat uit een ontvanger (4) en een aantal elektroden (5) die in het slakkenhuis zijn ingebracht. Het uitwendige deel bestaat uit een oorhanger met spraakprocessor (2) en een zendspoel (3). De zendspoel komt aan de buitenkant van uw hoofd. In zowel de zendspoel als in de ontvanger zit een magneet. U kunt daarmee eenvoudig zelf het uitwendige gedeelte en het inwendige gedeelte op elkaar laten aansluiten.

Werking en mogelijkheden

In de oorhanger van het CI zit een microfoon (1) die geluiden opvangt. Deze geluiden zet de spraakprocessor (2) om in een elektrisch signaal. De zendspoel (3) geeft dit signaal door aan de ontvanger (4) en de elektroden in het slakkenhuis (5). De elektroden stimuleren vervolgens de gehoorzenuw (6). U neemt deze prikkeling waar als geluid.
Het geluid klinkt anders dan bij mensen die goed kunnen horen. De resultaten van cochleaire implantatie verschillen per persoon. Voor de meeste volwassenen biedt een CI goede ondersteuning bij het spraakafzien. Een deel van de mensen met een CI kan een gesprek voeren zonder dat de ondersteuning van het spraakafzien nog nodig is. Voor jonge dove kinderen met een CI wordt de gesproken taal beter toegankelijk. Het biedt dus ondersteuning bij de ontwikkeling van spraak en taal.

Werkwijze werkgroep Cochleaire Implantaties Noord-Nederland

Uw huisarts, behandelend specialist of audiologisch centrum kan u aanmelden bij de werkgroep Cochleaire Implantaties Noord-Nederland. Dit is een samenwerkingsverband tussen het UMCG en de Koninklijke Effatha Guyot Groep (KEGG). Na uw aanmelding ontvangt u een uitnodiging voor een voorlichtingsgesprek. In dit gesprek wordt de werking van het CI met u besproken; de mogelijkheden en onmogelijkheden. Verder krijgt u uitleg over de vooronderzoeken, de operatie en de revalidatie.

Vooronderzoeken

De vooronderzoeken moeten uitwijzen of u baat heeft bij een CI. In een periode van drie tot zes maanden krijgt u een:

  • medisch onderzoek
  • gehooronderzoek
  • logopedisch onderzoek
  • psychosociaal onderzoek.

Naar aanleiding van de uitkomsten van deze onderzoeken krijgt u een advies van de werkgroep.

Operatie

U verblijft enkele dagen in het ziekenhuis voor de implantatie van het inwendige deel van het CI. Als de wond is genezen kunt u het uitwendige deel dragen. Dit is ongeveer na zes weken.

Revalidatie

Na de operatie moet u leren met het signaal van het CI te horen en te verstaan. Hiervoor is een CI-revalidatiehuis ingericht, waar u een revalidatieprogramma volgt. De revalidatie duurt zes dagen. Het gaat om twee dagen per week, gedurende drie aaneengesloten weken. De logopedist van het team geeft de hoortrainingen. Het huis biedt de mogelijkheid het horen te oefenen in een omgeving die op uw dagelijkse situatie lijkt. Er zijn steeds twee volwassenen of twee kinderen met een CI tegelijkertijd in het revalidatiehuis. Zo kunt u onderling ervaringen uitwisselen. Partners, ouders en verzorgers worden altijd betrokken bij de revalidatie.

Controles

Voor het goed instellen van uw CI en het testen van uw gehoor met een CI zijn regelmatig controles nodig in het UMCG. In het eerste jaar is dat na drie maanden, na zes maanden en na twaalf maanden. Daarna vinden de controles één keer per jaar plaats.

Meer informatie

Voor meer informatie over de verwijsprocedure en de behandeling, kunt u contact opnemen met de coördinator CI op de afdeling KNO-heelkunde, telefoon (050) 361 44 13 of (050) 361 27 00, teksttelefoon (050) 361 46 31. Ook kunt u informatie krijgen bij de Koninklijke Effatha Guyot Groep (KEGG), telefoon (050) 533 18 00, teksttelefoon (050) 533 18 02.

Voor informatie over patiëntenverenigingen, andere gezondheidszorginstellingen, de gang van zaken in het UMCG, opmerkingen en klachten, kunt u contact opnemen met de medewerkers van Patiënteninformatie. Informatie hierover vindt u via de link onder aan deze pagina.

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.