Burnoutprogramma

Print 

Als u een burnout heeft, kunt u naar het Universitair Centrum Pschiatrie van het UMCG (het UCP) worden verwezen voor een behandeling. Bij een burnout heeft u psychische klachten die te maken hebben met uw werk of uw werkomgeving. De psychische problemen kunnen zich uiten in onder meer extreme moeheid, futloosheid en slapeloosheid. U kunt zich gespannen voelen, prikkelbaar zijn en sneller geëmotioneerd. Het kan ook zijn dat u piekert over uw werk, er tegenop ziet om naar het werk te gaan en minder presteert dan gewoonlijk en daarbij het gevoel heeft er niets aan te kunnen veranderen.

U vindt hier beknopte informatie over de behandeling. Als u met de behandeling begint, ontvangt u een werkboek met uitgebreide informatie.

Aanmelding

Uw bedrijfsarts, huisarts of andere behandelaar kan u aanmelden voor het burnoutprogramma in het UCP.

De behandeling

De behandeling vindt plaats in groepsverband. U krijgt trainingen en doet oefeningen waardoor u meer inzicht krijgt in uw functioneren. U leert uw zwakke plekken kennen en daarmee omgaan. Het doel van het programma is dat u uw werk weer oppakt of voortzet, op een manier waar u zich goed bij voelt. Daarvoor is het soms nodig dat er ook veranderingen plaatsvinden in uw werksituatie of op uw werkplek.

Het programma beslaat in totaal negen vrijdagen, aangeboden in twee blokken van vier weken en een ‘opfrisdag’. Tussen de blokken in wordt uw voortgang besproken. Een behandeldag duurt van 8.30 tot 16.30 uur.

Ht programma wordt gegeven door een team dat onder meer bestaat uit een creatief therapeut, psychomotore therapeut, psycholoog, gespecialiseerd verpleegkundige, arbeidstherapeut, arts-assistent en psychiater.

De intake

U heeft eerst een intakegesprek met een psycholoog om te bepalen of het burnoutprogramma voor u geschikt is. Als dit zo is, volgt er een meetdag. Aan de hand van een standaardinterview wordt uw psychische toestand onderzocht. Na het interview krijgt u psychologische testen die bestaan uit het invullen van vragenlijsten. Deze testen verschaffen informatie die van belang is voor uw behandeling. Na afloop van de behandeling vult u dezelfde vragenlijsten nogmaals in. De uitslagen van de testen worden met elkaar vergeleken om te bepalen in hoeverre u baat heeft gehad bij de behandeling.

Na de psychologische testen volgt een arbeidsanamnese. Er worden dan allerlei vragen gesteld over uw werk. Bijvoorbeeld: Hoeveel banen heeft u gehad? Bent u tevreden over uw werk en uw functioneren? Waarin loopt u vast op uw werk? Wat zijn uw sterke kanten in uw werk?

Aan het eind van de meetdag wordt er met u een globaal behandelplan vastgesteld, toegesneden op uw persoonlijke situatie.

Dagindeling eerste vier weken

Het eerste deel van de ochtend staat in het teken van een bepaald thema:

  • week 1: burnout: wat is een burnout en hoe ontstaat het?
  • week 2 en 3: sterkte/zwakte-analyses: hoe stelt u een analyse op en wat kunt u ermee?
  • week 4: arbeidsreïntegratie: wat voor problemen komt u tegen als u het werk hervat? Ook wordt er een begin gemaakt met recidief of terugvalpreventie: hoe voorkomt u dat u weer een burnout krijgt?


Het tweede deel van de ochtend krijgt u psychomotore therapie. U doet dan lichamelijke activiteiten waarbij aspecten die u in uw werk tegenkomt, aan de orde komen. De therapie wordt opgenomen op video. Door uzelf te zien functioneren, krijgt u inzicht in uw eigen gedrag. Gedrag dat mede aanleiding kan zijn van uw psychische klachten, wordt besproken.

’s Middags krijgt u cognitieve training. Veel mensen hebben bepaalde gedachten over hun eigen functioneren en dat van anderen. Die gedachten zijn niet altijd reëel maar kunnen er wel toe leiden dat u zich boos, onzeker, minderwaardig, bang of bijvoorbeeld bedroefd voelt. Door te leren uw gedachten aan de realiteit te toetsen, gaat u er meer realistische gedachten op na houden.

Hierna volgt u diverse vaardigheidstrainingen. U leert omgaan met werkgerelateerde stress, het maken van en houden aan afspraken, enzovoort. Het laatste uur evalueert u de dag en worden er afspraken gemaakt voor de volgende bijeenkomst.

Tussenperiode

In een periode van vier tot vijf weken gaat u bezig met het zetten van de eerste concrete stappen naar werkhervatting. De voortgang van het behandelplan wordt in deze periode individueel met u besproken. Eventueel wordt het plan bijgestuurd.

Dagindeling tweede vier weken

Het eerste deel van de ochtend staat in het teken van omgaan met collega’s. Hoe functioneert u met anderen en hoe gaat u om met conflicten op uw werk? Daarna volgt u creatieve therapie. Met beeldend materiaal geeft u uitdrukking aan hoe u met opgedragen taken omgaat en worden verbanden gelegd met hoe u dat in uw werk doet.. U krijgt daardoor meer zicht in uw functioneren, wat aanleiding kan zijn tot een gedragsverandering.

‘s Middags krijgt u net als in de eerste weken cognitieve therapie. Omdat u ook na de burnoutbehandeling op uw werk problemen tegen kunt komen, krijgt u training in het oplossen van problemen.

Aan het eind van deze vier weken wordt de hele behandeling in groepsverband geëvalueerd.

Opfrisdag

Vier weken na de behandeling is er een opfrisdag. U krijgt dan weer cognitieve training en sommige onderdelen uit de behandeling worden kort herhaald. U krijgt opnieuw een psychologische test. U vult dezelfde vragenlijsten in als op de meetdag. Als laatste wordt de behandeling geëvalueerd. Het UCP hoort graag of het programma aan uw verwachtingen heeft voldaan en suggesties voor verbetering zijn welkom.

Meer informatie

Voor informatie kunt u bellen naar de Balie van het UCP, telefoon (050) 361 88 80. Meer informatie over de Balie vindt u via het keuzemenu van het UCP. Bent u al onder behandeling en zoekt u contact met de dagbehandeling, dan kunt u bellen met 050 - 361 92 60 of 050 - 361 20 26.

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.