Botuline-toxine A-behandeling bij incontinentie

Print 

Uw behandelend arts kan u een behandeling met Botuline-toxine A voorstellen als:

  • u een overactieve blaas heeft waardoor u vaak moet plassen;
  • u klachten heeft van aandrangincontinentie.

(In de volksmond wordt Botuline-toxine A vaak Botox genoemd, dit is echter een merknaam, Botuline-toxine A is de werkzame stof.)

De behandeling

Bij deze behandeling spuit de arts het middel Botuline-toxine A in uw blaaswand. Dit gebeurt met een kijkbuis (cystoscoop). Door het inspuiten worden de zenuwen in de blaaswand tijdelijk geblokkeerd en kunnen de spieren geen signaal meer ontvangen om zich aan te spannen. Hierdoor nemen bij de meeste patiënten de klachten af. De ingreep kan zowel onder narcose als onder plaatselijke verdoving plaatsvinden.

Resultaat

Het resultaat van de behandeling is altijd tijdelijk. Uit ervaring blijkt dat de stof na negen tot twaalf maanden is uitgewerkt. De klachten komen dan langzaam aan weer terug. U kunt dan opnieuw een behandeling met Botuline-toxine A krijgen.

Complicaties

Sommige patiënten bij wie Botuline-toxine A in de blaaswand is gespoten kunnen enige tijd niet goed plassen. Als dit bij u gebeurt moet u de blaas een aantal malen per dag zelf met een katheter leeg maken. Meestal is dit na enkele weken weer hersteld. Soms ontstaat wat bloederige urine, waarvoor u eventueel een katheter krijgt. Sommige mensen krijgen een aantal dagen een grieperig gevoel. Zoals na elke ingreep aan de blaas kan een blaasontsteking optreden.

Meer informatie

In de brochure die u onder aan deze pagina kunt downloaden, vindt u meer informatie over de behandeling met botuline-toxine A in het UMCG.

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.