Sondevoeding

Print 

Als je erg ziek bent of je erg misselijk voelt, kun je soms niet goed meer eten. Dan kan het nodig zijn dat je sondevoeding moet gebruiken. Dat is eten dat heel dun is gemaakt. Zo dun dat het door een slangetje kan, vloeibaar dus. Via het slangetje komt de sondevoeding direct in je maag terecht. Je hoeft het dus niet zelf te kauwen en te slikken en je proeft het ook niet. Gelukkig niet, want er zit geen lekker smaakje aan sondevoeding. Meestal mag je naast de sondevoeding proberen om ook zelf nog wat te eten en te drinken, de dokter of de diëtist bespreekt dit met jou en je ouders.

Je kunt ook sondevoeding krijgen als je wel kunt eten, maar dat het beter is om je eten alléén via een slangetje te krijgen om weer gezond te worden. Soms mag je dan zelf helemaal niets ernaast nemen en soms alleen maar water.

Als je ziek bent is het belangrijk dat je genoeg en gezond eet. Alles wat je nodig hebt zit in de sondevoeding. En als je niet genoeg eet en drinkt dan:

  • word je slap en moe;
  • genees je niet zo snel;
  • kun je niet meer goed spelen;
  • groei je niet meer goed.

Hoe krijg je sondevoeding

Je krijgt de sondevoeding via een dun slangetje, die sonde heet. De sonde gaat door je neusgat via je keel en je slokdarm rechtstreeks naar je maag. De verpleegkundige legt je uit hoe je dat zelf kunt doen. Omdat het slangetje in je maag komt heet deze maagsonde. Met een spuit kan je vader, je moeder of jijzelf de sondevoeding in je maag spuiten. Zo eet je een paar keer per dag en vaak ook ’s avonds nog een keer. Sommige kinderen krijgen alleen ’s nachts sondevoeding omdat ze overdag nog wel kleine beetjes kunnen eten en drinken.

Ook kun je de sondevoeding krijgen met een pomp. Dit is een machine die langzaam en voorzichtig steeds wat sondevoeding in je maag spuit.

Een sonde in je darmen

Bij sommige ziektes is het beter dat de sondevoeding niet in je maag terechtkomt, maar direct in je darmen. Je krijgt dan een andere soort sonde; een darmsonde. Er zijn een paar verschillen met een sonde in je maag:

  • De dokter brengt de darmsonde in je darmen. Dit kun je niet zelf doen.
  • Je krijgt dag en nacht voeding. Daarom heb je altijd een pomp bij je.

Het schoonmaken en verwisselen van je sonde

Om te zorgen dat je sonde niet verstopt raakt, moet je na iedere voeding je sonde doorspuiten met wat lauw water. Eigenlijk was je dan je sonde van binnen af. Ook moet je regelmatig een nieuwe sonde hebben. Wanneer dat moet staat in de map die je hebt gekregen.

De sonde zit tegen de zijkant van je neus geplakt. Daardoor kan het wat gaan schuren en pijn gaan doen. Het is daarom belangrijk dat je iedere keer bij het verwisselen van de sonde van neusgat wisselt. Eerst je linker neusgat, daarna je rechter en daarna weer links.

De sonde moet ook goed vastgeplakt blijven. Als de pleister vies is en loslaat, kun je er het beste een nieuwe pleister opplakken. Houd bij het afhalen van de oude pleister de sonde wel goed vast.


Belangrijk

Mondverzorging

Misschien denk je: als ik niet meer gewoon eet dan hoef ik mijn tanden ook niet meer te poetsen. Maar dat is niet zo! Als je sondevoeding krijgt, moet je je mond en tanden juist extra goed verzorgen:

  • Je moet zeker twee keer per dag je tanden poetsen, net als je anders altijd doet.
  • Je moet drie keer per dag je mond spoelen met water.

Daarnaast kun je kauwen op (suikervrije) kauwgum om meer speeksel in je mond te krijgen. Doe je dit niet dan kun je last krijgen van vervelende ontstekingen of een droge mond.

Vet ook je lippen een paar keer per dag in met lippenbalsem of vaseline, zo voorkom je dat je kloofjes in je lippen krijgt.

Gewoon eten

Als je naast je sondevoeding ook mag eten, dan:

  • Neem je de sondevoeding altijd ná de maaltijd of ’s avonds of ‘s nachts.
  • Probeer je in ieder geval om iedere dag een paar hapjes te eten naast je sondevoeding.

Medicijnen door de sonde

De meeste medicijnen kunnen ook door je sonde worden gegeven. Dit betekent dat je ze niet proeft als je ze inneemt. De dokter of verpleegkundige zal hierover met je praten.

Vragen

Heb je na het lezen van de informatie nog vragen, dan mag je die altijd stellen aan de verpleegkundige van de polikliniek. Maar je kunt natuurlijk ook bellen met de verpleegkundige van de thuiszorg. Als je dringend hulp nodig hebt, kun je altijd bellen met het UMCG.

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.