Het ziekenhuis

Print 

Veel kinderen zijn er wel eens geweest. Misschien ben je er wel eens op visite geweest. Misschien heb je er zelf wel eens een paar nachten gelegen. Een heleboel mensen zijn er geboren. Het gaat natuurlijk over het ziekenhuis. Iedereen kan er wel iets over vertellen, maar weinig mensen weten hoe alles er werkt. Door naar televisieseries (soaps) te kijken of door ‘doktersromannetjes’ te lezen kan je  dat ook niet te weten komen. Dingen die je daarin ziet of leest, kloppen vaak helemaal niet. Daarom een spreekbeurt over het ziekenhuis.

Wie werken er in het ziekenhuis?

De dokter

De meest bekende beroepen in het ziekenhuis zijn dokter en verpleegkundige. Dat zijn heel belangrijke beroepen. De dokter onderzoekt je en bedenkt wat de beste manier is om je weer beter te maken. Dat kan door medicijnen, een operatie of door te zeggen wat je wel en niet mag eten. In het ziekenhuis werken dokters die heel veel verstand hebben van een bepaald deel van je lichaam. Bijvoorbeeld van je botten, van je ogen, of van je hart. Deze dokters worden ook wel specialisten genoemd.

De verpleegkundige

De verpleegkundige zorgt voor je, als je in het ziekenhuis ligt. Hij of zij brengt je medicijnen, helpt je bij aankleden, plakt pleisters, doet je verband om, beantwoordt je vragen, enzovoort. Je hebt dus heel veel met de verpleegkundige te maken als je in het ziekenhuis bent. Veel mensen denken dat een verpleegkundige alleen op de verpleegafdeling werkt, maar dat is niet zo. Ook op de polikliniek en op de eerste hulp werken verpleegkundigen. Wat de ‘polikliniek’ en de ‘eerste hulp’ zijn, kun je hieronder lezen. Vroeger werd de verpleegkundige ook wel de zuster genoemd, maar dat is ouderwets.

En een heleboel anderen…

Maar er werken meer mensen in het ziekenhuis. Bijvoorbeeld fysiotherapeuten en diëtisten. Fysiotherapeuten hebben veel verstand van botten en spieren. Als bijvoorbeeld je  been gebroken is geweest, en je opnieuw moet leren lopen, dan kan de fysiotherapeut je daarbij helpen. De diëtist heeft veel verstand van eten en drinken. Sommige dingen mag je niet eten als je ziek bent. Welke dingen dat zijn, dat kan de diëtist je vertellen.

Koks, klusjesmannen en…

In het ziekenhuis werken ook een heleboel mensen aan wie je misschien niet meteen zou denken. Koks maken het eten klaar voor de patiënten, de dokters, de verpleegkundigen en alle anderen. Klusjesmannen repareren apparaten en zorgen ervoor dat er niets in het gebouw kapot is. De administratie verstuurt de brieven en de rekeningen. De schoonmakers maken het ziekenhuis schoon (heel belangrijk!), de receptionist wijst je de weg. En zo werken er nog een heleboel mensen in het ziekenhuis.

Naar het ziekenhuis

Eerst naar de huisarts

Als iets met je aan de hand is, ga je altijd eerst naar je huisarts. Vaak kan die je helpen. Hij geeft je advies (hij zegt bijvoorbeeld dat je een paar dagen in bed moet blijven), hij geeft je een medicijn, of hij verbindt een wond. Soms moet de huisarts de hulp vragen van een dokter die meer weet over de ziekte die jij hebt. Deze dokters werken vaak in het ziekenhuis. De huisarts ‘verwijst je door’ naar het ziekenhuis, heet dat dan.

Op de polikliniek

Wie in het ziekenhuis komt, komt meestal eerst op ‘de polikliniek’. Daar kan de dokter je onderzoeken, eigenlijk net  zoals bij de huisarts. Hoe het onderzoek precies gaat, is moeilijk te zeggen. Het ligt er aan wat er met je aan de hand is. Een hartdokter zal naar je hart willen luisteren en een longarts zal naar je longen willen luisteren. Bij elk onderzoek zal de  dokter je veel vragen stellen. Over hoe je je voelt, waar het pijn doet, of je eerder ziek bent geweest. Hij schrijft alles op. De aantekeningen helpen de dokter om erachter te komen wat je hebt. Als jij zelf vragen hebt aan de dokter mag je die altijd stellen.

Meestal wil de dokter nog wat testjes laten doen als hij je onderzocht heeft. Hij kan je vragen om wat plas in te leveren om te onderzoeken, of wat bloed te laten prikken. Ook kan hij je naar de röntgenafdeling sturen om een foto te maken. De testjes worden vaak door iemand anders gedaan.

Naar de eerste hulp

Als er een ernstig ongeluk gebeurt, bel je met het alarmnummer 112. Degene die de telefoon opneemt zorgt ervoor dat de goede hulpdiensten naar de plek van het ongeluk komen. Dat kan de politie zijn, de brandweer of de ambulance. Als er iemand in levensgevaar is, kan ook de traumahelikopter opgeroepen worden. De gewonde mensen worden vaak voor controle, onderzoek of behandeling naar het ziekenhuis gebracht. Daar komen ze bij ‘de  eerste hulp’ terecht. Bij de eerste hulp werken dokters die heel veel verstand hebben van gebroken benen, hersenschuddingen en alle andere dingen die er met je kunnen gebeuren als je een ongeluk hebt. Deze dokters zijn ook midden in de nacht in het ziekenhuis. Dus als er haast bij is, kun je bij ‘de eerste hulp’ ook ’s nachts geholpen worden.

Academische ziekenhuizen

Samenwerken

In Nederland zijn acht universitair medische centra. Deze staan in Amsterdam, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Utrecht en Groningen. In Amsterdam staan er zelfs twee. Deze ziekenhuizen werken samen met de universiteiten in die plaatsen. Het UMCG werkt bijvoorbeeld samen met de Rijksuniversiteit Groningen. Net als bij het ziekenhuis, werken er bij de universiteit werken mensen die verstand hebben van ziektes. Onderzoekers heten zij. Ze doen onderzoek naar nieuwe medicijnen en proberen uit te vinden hoe een ziekte het best behandeld kan worden. De dokters en onderzoekers van een universitair medisch centrum werken samen met de onderzoekers van de universiteit. En dat is handig, want met z’n allen weet je altijd meer dan in je eentje.

Nog meer verschillen

Maar er zijn nog meer verschillen tussen universitair medische centra en gewone ziekenhuizen. Vaak zijn universitair medische centra veel groter dan gewone ziekenhuizen. In het UMCG bijvoorbeeld, zijn wel meer dan duizend (1000!) bedden. Een ander verschil tussen universitair medische centra en gewone ziekenhuizen is dat in universitair medische centra veel meer dokters werken dan in een gewoon ziekenhuis. En dat zijn niet allemaal dokters die van hetzelfde verstand  hebben. De dokters in een universitair medische centra hebben allemaal van een ander stukje van het lichaam of van een bepaalde ziekte heel veel verstand. Sommige dokters zijn zo goed, dat er mensen uit de andere kant van Nederland naar ze toe komen. Bijvoorbeeld als ze een zeldzame ziekte hebben, waar maar heel weinig mensen verstand van hebben.

Wist je dat ...

Hierboven heb je gelezen dat het UMCG heel groot is. En dat er ontzettend veel gebeurt. Wist je bijvoorbeeld:

  • dat bij het UMCG ongeveer 9.000 mensen werken? Het UMCG is daarmee de grootste organisatie van het noorden.
  • dat in het UMCG 1.339 bedden en wiegjes staan?
  • dat bij de Centrale Spoedopvang (de afdeling ‘eerste hulp’) in 2006 meer dan 30.000 patiënten zijn geholpen?
  • dat de wasserij iedere week 21.000 kilo schoon linnengoed aflevert in het UMCG? En dat de wasserij net zoveel vuil linnengoed weer ophaalt?
  • dat per jaar bij het UMCG 2.360.000 kilo afval wordt opgehaald? Dat gewicht staat gelijk aan 30.000 locomotieven, 227.000 stadsbussen of 625.000 olifanten.
  • dat het UMCG per jaar 58.500 rolletjes smalle pleister en 176.500 rolletjes brede pleister gebruikt? Als je alles afrolt en aan elkaar plakt, dan heb je een sliert van bijna 700 kilometer lang! Dat is van Groningen naar Parijs.

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.