Op deze pagina leest u in grote lijnen hoe de zorg voor patiënten die (mogelijk) borstkanker hebben, in het UMCG verloopt. U leest hoe het traject loopt vanaf de verwijzing naar de Mammapoli voor het stellen van de diagnose tot en met de behandeling.
Ééndagdiagnostiek
Als u naar het UMCG wordt verwezen, omdat u mogelijk borstkanker heeft, ontvangt u binnen tien tot veertien dagen per post een uitnodiging voor ééndagdiagnostiek op de Mammapoli. De ééndagdiagnostiek vindt plaats op maandag en woensdag. Tijdens de ééndagdiagnostiek krijgt u ’s ochtends onderzoeken en ‘s middags krijgt u de uitslagen van de onderzoeken en de diagnose te horen.
Het kan zijn dat de onderzoeken onvoldoende informatie hebben opgeleverd om de diagnose te kunnen stellen. U krijgt dan een afspraak voor aanvullende onderzoeken. Deze vinden meestal binnen twee tot drie weken plaats.
Als u geen borstkanker heeft, wordt u terug verwezen naar uw huisarts.
Opstellen behandelplan
Als uit diagnostiek blijkt dat u (mogelijk) borstkanker heeft, kunt u op een woensdag volgend op de ééndagdiagnostiek terecht voor:
- een afspraak op de Mammapoli voor het opstellen van uw behandelplan. Dit wordt ook wel 'het tweede gesprek' genoemd. Samen met de verpleegkundig specialist stelt u uw voorlopige behandelplan vast;
- een gesprek met een verpleegkundige van de Mammapoli. Hierin bespreekt met u na wat de verpleegkundig specialist u heeft verteld. De verpleegkundige gaat vervolgens samen met u na of u mogelijk psychosociale ondersteuning nodig heeft. Daarna heeft de verpleegkundige een opnamegesprek met u;
- een afspraak op het spreekuur van de afdeling Radiotherapie. Dit geldt alleen als u een borstsparende operatie krijgt. Een borstsparende operatie gaat namelijk altijd gepaard met bestraling (radiotherapie);
- een afspraak op de Pré-operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA) voor uitleg over de narcose.
Als uw behandelplan definitief is vastgesteld wordt u op de opnamelijst geplaatst voor de operatieve behandeling van borstkanker. Na enkele weken vindt de operatie plaats. Als het nodig is krijgt u daarna aanvullende behandelingen, zoals bestraling en/of een behandeling met medicijnen.