Het UMCG heeft laten zien dat met echografie betrouwbaar onderscheid te maken is tussen ‘goed’ buikvet dat direct onder de huid zit, en ‘fout’ buikvet, dat onder de buikspieren om de organen zit. De methode is goedkoper en minder belastend dan de CT- en MRI-scan, waarmee buikvet vaak wordt gemeten. De nieuwe methode wordt vooral in het wetenschappelijk onderzoek ingezet.
Overgewicht, en vooral een dikke buik, is een bekende risicofactor voor het ontwikkelen van suikerziekte en hart- en vaatziekten. Toch is niet alleen de buikomvang belangrijk, maar ook waar het vet zit. Onderhuids vet heeft een klein effect op het ontstaan van aderverkalking, terwijl vet om de buikorganen samenhangt met een hoger risico op suikerziekte en hart- en vaatziekten. Voor onderzoekers is het belangrijk om nauwkeurig onderscheid te kunnen maken tussen de hoeveelheid ‘goed’ en ‘fout’ buikvet als zij bijvoorbeeld nieuwe maatregelen voor de preventie van hart- en vaatziekten en suikerziekte ontwikkelen. Nu is aangetoond dat de echografie hiervoor geschikt is.
Betrouwbare methode
Het maken van een echografie is eenvoudiger, minder belastend en goedkoper, dan het maken van scans met CT of MRI. Deze laatste methoden zijn vaak niet toepasbaar in grootschalige medische studies en in onderzoek bij kinderen vanwege ethische en praktische bezwaren. Onderzoekster Emanuella de Lucia Rolfe heeft in haar promotieonderzoek aangetoond dat de echografische buikvetmeting zowel bij jonge kinderen als volwassenen goede resultaten geeft.
Jonge kinderen
Vooral bij hele jonge kinderen is onderzoek naar de verdeling van buikvet gewenst om het ontstaan van overgewicht en de effecten van preventieve maatregelen te kunnen bepalen. De Lucia Rolfe deed onderzoek naar relaties tussen het geboortegewicht, de hoeveelheid onderhuids vet en vet dat om de organen zit, de snelheid van gewichtstoename na de geboorte, en borstvoeding. Zij stelde vast dat een snelle toename van het gewicht in de eerste levensmaanden leidde tot een toename van buikvet om de organen. Een positief effect van borstvoeding was dat kinderen tussen 3 en 12 maanden minder buikvet om de organen ontwikkelden, dan de kinderen die flesvoeding kregen.
Emanuella de Lucia Rolfe promoveerde op 30 januari 2012 aan de Rijksuniversiteit Groningen. De titel van haar proefschrift is: “The epidemiology of abdominal adiposity: validation and application of ultrasonography to estimate visceral and subcutaneous abdominal fat and identify their early determinants.”