• Tekstgrootte
 Mijn UMCG  

Improviserende hersenen gaan anders om met muziek

Print 
Datum: 06 februari 2017
Tijd: 16:15
Locatie: Aula Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen
Adres: Broerstraat 5 te Groningen
Promotor: prof. dr. K.L. Leenders

​Robert Harris: The cerebral organization of audiomotor transformations in music

Tussen improviserende musici en klassiek geschoolde musici, die vooral van noten spelen, is er een verschil in de manier waarop de hersenen op muziek reageren. Activaties in de rechter hersenhelft die de transformatie van muziek in een speelbeweging bewerkstelligen, werden alleen aangetoond bij improviserende musici. Wanneer beide groepen musici zelf ingestudeerde stukken beluisteren, vertonen ze in de linker hersenhelft activatie van ‘spiegelneuronen’. Deze vuren niet alleen als iemand een bekende handeling uitvoert, maar ook als die handeling alleen wordt gezien of gehoord. Deze bevindingen deed conservatoriumdocent en bewegingswetenschapper Robert Harris tijdens zijn promotieonderzoek. Hij stelde ook vast dat patiënten met de ziekte van Parkinson die moeite hebben met spreken, volkomen normaal kunnen zingen.

Bij musici die stukken beluisteren die ze zelf kunnen spelen zijn hersengebieden actief die betrokken zijn bij het aansturen en uitvoeren van bewegingen om deze muziek uit te voeren, de zogeheten audiomotor-transformatie. Onderzoek hier naar is vooral gedaan bij klassiek geschoolde musici die hebben geleerd om op basis van bladmuziek te spelen. Harris onderzocht daarom naast klassieke pianisten ook improviserende organisten.

Zijn hypothese was dat audiomotor-transformatie geassocieerd kan worden met activatie van hersennetwerken die het spelen op gehoor faciliteren. De resultaten tonen aan dat alle klassiek opgeleide musici een netwerk in de linker hemisfeer activeren dat betrokken is bij motorische vaardigheid en herkenning van handelingen, maar alleen improviserende musici ook een rechter hersennetwerk activeren dat betrokken is bij ruimtelijk gestuurde motor control. Deze activatie wordt specifiek in verband gebracht met ingebeelde performance. Eerder werd gedacht dat muziek door musici hoofdzakelijk in de linker hersenhelft wordt verwerkt.

Harris verrichtte ook een onderzoek bij patiënten met de ziekte van Parkinson. Het was al bekend dat patiënten die zich alleen met een trage, schuifelende gang voort kunnen bewegen, plotseling levendig worden wanneer zij muziek horen. Zij kunnen dan normaal bewegen of zelfs dansen, vooral wanneer de muziek een nadrukkelijke beat vertoont. Daarom liet Harris patiënten en in leeftijd en geslacht vergelijkbare proefpersonen spreken en zingen (zowel meezingen als improviserend zingen). Opnames werden beoordeeld door een panel. Dat bleek op basis van spraak de Parkinsonpatiënten feilloos te herkennen. Maar zingend bleken de patiënten niet van gezonde proefpersonen te onderscheiden.

Harris stelt dat door de nadruk op het reproduceren van bladmuziek tijdens de opleiding de geest en het intellect van de musicus een dramatische transformatie ondergaan. Hij spreekt de hoop uit dat de resultaten van zijn onderzoek musici zullen inspireren om op hun methoden te reflecteren. 

Curriculum Vitae

Robert Harris (1949) studeerde piano aan de Southern Illinois University (VS) waar hij in 1970 het diploma Bachelor of Music behaalde. In Nederland voltooide hij in 1977 de studie uitvoerend musicus aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Na gewerkt te hebben aan de Stedelijk Muziekpedagogische Akademie in Leeuwarden rondde hij in 1995 zijn studie Bewegingswetenschappen aan de RUG af. Vervolgens trad hij in dienst van het Prins Claus Conservatorium als correpetitor. Zijn promotieonderzoek voerde Harris uit binnen de onderzoekslijn ‘Cerebrale organisatie van beweging’ van de werkgroep bewegingsstoornissen van de afdeling Neurologie, UMCG, binnen het onderzoeksinstituut BCN. Financiering was o.a. afkomstig van de Hanzehogeschool (Lectoraat Lifelong Learning in Music, Prins Claus Conservatorium) en de Gratama stichting. Harris werkt nu als docent/onderzoeker aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen. De titel van zijn proefschrift is ‘The cerebral organization of audiomotor transformations in music’.

Volg ons op sociale media