In de eerste week na transplantatie bestaat er vooral risico op technische complicaties zoals het niet functioneren van de nieuwe lever, vaatproblemen (vernauwing, dichtslibben van bloedvaten), nabloedingen en soms op langere termijn het optreden van galwegcomplicaties (lekkage en vernauwing van de galwegen).
Vervolgens bestaat er tot enkele maanden na de transplantatie voornamelijk risico op afstoting van de nieuwe lever en het risico op infecties. Deze infecties kunnen worden veroorzaakt door o.a. bacteriën, schimmels en virussen.
De verschillende complicaties kunnen leiden tot noodzakelijk medisch ingrijpen zoals het toedienen van medicijnen, nieuwe operaties en zelfs een re-transplantatie. Ongeveer 60-70% van de getransplanteerde patiënten heeft te maken met één of meerdere complicaties. Veel van de complicaties die na een levertransplantatie optreden, kunnen vroegtijdig worden herkend en reageren doorgaans goed op medicatie. U kunt door een ernstige complicatie uiteindelijk overlijden.
Medicijnen
De medicijnen die u gebruikt zijn uiterst belangrijk om de donorlever goed te laten werken en om afstoting tegen te gaan. Deze medicijnen hebben bijwerkingen en brengen risico’s met zich mee. Klik hier voor meer informatie over medicijnen.