Er is bloed van jou nodig voor een onderzoek. Er wordt daarom bloed bij je geprikt. Hoe dat gaat, lees je hier:
- Verschillende mensen kunnen bloed bij je prikken. Meestal doet een laborant dat, maar ook een dokter of een verpleegkundige kan bloed bij je prikken.
- Alle spullen die nodig zijn worden bij elkaar gelegd. Dit zijn watjes, een ontsmettingsmiddel, een drukband, een spuit en naald en wat buisjes.
- De dokter of verpleegkundige zoekt eerst een plekje (een ader) om te gaan prikken, bijvoorbeeld op je hand of aan de binnenkant van je arm.
- Als de ader is gevonden krijg je een drukband om je arm. Deze band wordt strak getrokken waardoor de ader nog beter te zien is.
- Het prikplekje wordt eerst goed schoongemaakt (ontsmet) met een watje en ontsmettingsmiddel. Dit voelt koud op je arm.
- Je telt tot drie en dan krijg je de prik. De drukband wordt weer losser gemaakt. Je ziet wat druppels bloed uit je arm in het buisje gaan.
- Als het buisje vol is gaat de naald eruit. Je krijgt dan een mooie pleister op die plek.
- Na het prikken komt de tovertrommel. Hieruit mag je een cadeautje pakken.