Bij binnenkomst op Polikliniek 20 kunt u zich melden bij de ontvangstbalie.
Meld- en oproepsysteem
Polikliniek 20 werkt met een meld- en oproepsysteem. Naast de ontvangstbalie staan twee meldstations, waar u de streepjescode (barcode) scant, die rechtsboven op uw afspraakbevestiging staat. U ontvangt dan een aanmeldbon met daarop uw nummer en de letter van de wachtruimte waar u plaats kunt nemen. Op diverse plaatsen in de wachtruimtes van Polikliniek 20 hangen wachtschermen. Als u aan de beurt bent, verschijnt op het scherm (display) uw nummer en het nummer van de spreekkamer waar u wordt verwacht.
Bij uw eerste bezoek aan deze polikliniek krijgt u hier uitgebreid uitleg over het meld- en oproepsysteem.
Verloop van het erfelijkheidsonderzoek
De eerste stap in het erfelijkheidsonderzoek is het in kaart brengen van kanker in uw familie. Daarvoor stuurt u voorafgaand aan uw eerste bezoek aan de polikliniek het ingevulde ‘familieformulier’ in, dat u met uw afspraakbrief ontvangt. Op het formulier worden vragen gesteld zoals;
- Hoe groot is de familie?
- Welk familielid had welke soort kanker en op welke leeftijd?
- Zijn er familieleden die meerdere vormen van kanker kregen?
Het kan nodig zijn om naar aanleiding van uw antwoorden medische gegevens van genoemde familieleden (met hun toestemming) op te vragen.
Als uw familie al bekend is bij de afdeling Genetica, dan is het niet nodig om een nieuwe stamboom te maken. Wel is het belangrijk om weten wat uw plaats in de stamboom is, daarvoor krijgt u een verkort formulier. Als de bij het team bekende familiegegevens te oud zijn of u zit in een tak van de familie waarover er weinig informatie is, dan is mogelijk dat u toch het gehele familieformulier moet invullen en opsturen.
DNA-onderzoek naar erfelijke kanker
Of een DNA-onderzoek in bloed mogelijk en nuttig is, hangt af van het voorkomen van kanker in de familie. Niet voor elke vorm van erfelijke kanker bestaat een DNA-test. Het team doet het liefst een DNA-onderzoek bij een persoon die kanker heeft (gehad). Dat levert vaak de meeste informatie op. Dit kan betekenen dat het team u vraagt om het DNA-onderzoek te bespreken bij een familielid. Soms is het belangrijk bij meerdere personen binnen een familie DNA-onderzoek te doen.
DNA-onderzoek in een familie waar nog niet eerder een aanleg voor erfelijke kanker is aangetoond, neemt meestal een aantal maanden in beslag. Als een erfelijke aanleg is aangetoond in de familie, dan is voor familieleden DNA-onderzoek (in bloed) mogelijk om te zien of ze die aanleg wel of niet bezitten. Dat DNA onderzoek duurt dan geen maanden maar een paar weken.
Bij DNA-onderzoek naar erfelijke kanker vindt het team niet altijd een aanleg. Dit komt in sommige families voor omdat nog niet alle genen bekend zijn die erfelijk kanker veroorzaken. In de meeste gevallen vindt het team geen aanleg omdat de kanker bij het onderzochte familielid helemaal niet erfelijk is, of erfelijkheid niet heel sterk heeft bijgedragen aan het ontstaan van de kanker.
Ander onderzoek
Soms is onderzoek in tumorweefsel dat bij de patholoog bewaard is gebleven belangrijk. Ook kan het nuttig zijn op de polikliniek u lichamelijk te onderzoeken naar uitwendige kenmerken van erfelijke aandoeningen. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan bepaalde goedaardige huidverschijnselen. Verder kan aanvullend onderzoek door een specialist nodig zijn, bijvoorbeeld een onderzoek door een oogarts, of een beeldvormend onderzoek (röntgenfoto of echo).
Afronding van het erfelijkheidsonderzoek
Na het verzamelen van alle informatie en onderzoeken bespreekt het team de conclusies met u.
Daarin worden de volgende zaken besproken:
- Wat zijn de kansen op kanker?
- Wat zijn de bijbehorende controle adviezen en preventieve maatregelen?
- Wie in de familie kan nog meer bloedonderzoek laten doen naar deze erfelijke aanleg?
Is erg geen sprake van een aangetoonde erfelijkheid, dan kan het team u vaak toch adviezen geven over controles en/of preventieve maatregelen. De conclusie en adviezen worden voor u en de betrokken artsen samengevat in een brief.