CSO- en MMT-verpleegkundige

Print 

Ton Lems werkt sinds 1996 als verpleegkundige op de Centrale Spoedopvang (CSO) van het UMCG. Sinds 2000 werkt hij daarnaast als verpleegkundige bij het Mobiel Medisch Team (MMT) van het UMCG.

“Als verpleegkundige op de CSO vang je de binnenkomende patiënten op. Bij de CSO komen niet alleen mensen die een ongeluk hebben gehad, maar ook bijvoorbeeld patiënten met een hartaanval of een beroerte. Als ik triagedienst heb, bepaal ik of iemand meteen geholpen moet worden of dat hij eerst nog even naar de wachtkamer kan.
Een CSO-verpleegkundige zet dus vaak de eerste stap in een behandeling. Naast de opvang van patiënten verricht ik ook allerlei verpleegkundig medische handelingen, zoals bloedprikken of een infuus aanleggen. Als er een ernstig gewonde patiënt binnenkomt, zorg ik dat de juiste mensen klaar staan om hem op te vangen. Tijdens nachtdiensten is het de taak van de CSO-verpleegkundige om – naast de patiëntenzorg – ook de administratieve afhandeling van een patiënt te verzorgen.”
“Ik werk sinds 2000 ook  als MMT-verpleegkundige. In deze functie ondersteun ik de arts tijdens een inzet. Afhankelijk van de situatie moet ik ook zelf patiënten helpen, bijvoorbeeld door te reanimeren.
Daarnaast ben ik lid van de bemanning van de traumaheli. Dat betekent dat ik voorin de helikopter zit en mede verantwoordelijk ben voor de navigatie en het zoeken van een goede landingsplaats. Ik heb dezelfde meters voor mijn neus als de piloot en moet die in de gaten houden en hem waarschuwen als er iets is.”

Functie-eisen

“Om CSO-verpleegkundige te worden moet je HBO-verpleegkunde hebben gedaan en enige jaren werkervaring hebben. Daarnaast moet je aanvullende opleidingen doen, waaronder de opleiding Spoedeisende Eerste Hulp. De Stichting Trauma Nursing Nederland verstrekt op zijn site alle informatie over deze opleidingen. Naast het voldoen aan de opleidingseisen moet je stressbestendig zijn en keihard kunnen werken. Je moet veel dingen tegelijk kunnen doen en vooral een heel goed ontwikkeld ‘pluis of niet pluis’-gevoel hebben.”

“Een MMT-verpleegkundige moet enige jaren ervaring hebben als CSO-verpleegkundige of als ambulanceverpleegkundige. Om te kunnen werken bij een MMT met helikopter-voorziening moet je bovendien een aantal opleidingen op vliegtechnisch gebied volgen zoals, meteorologie, radiocommunicatie, vliegveiligheid en navigatie. Ook is het belangrijk dat je goed Engels spreekt. Hier in Groningen is het ook noodzakelijk Duits te kunnen spreken, omdat er ook grensoverschrijdend gewerkt wordt. Belangrijke elementen in dit werk zijn verder discipline en besluitvaardigheid. Ook moet je goed kunnen functioneren in een team. Daarnaast worden er lichamelijke eisen aan je gesteld. Na de strenge initiële keuring volgt een jaarlijks terugkerende keuring bij KLM-Arbo. Op hun site staan alle keuringseisen vermeld.”

Waarom het UMCG?
“Voordat ik in het UMCG werkte heb ik een aantal jaren als CSO-verpleegkundige in Zwitserland gewerkt en daarvoor in de Randstad. Ik heb bewust bij een grotere instelling gesolliciteerd. Je krijgt daar met veel meer verschillende patiënten te maken. Ook zie je dat de mensen hier net even iets meer voor de inhoud van hun werk gaan. Dat is heel motiverend.”

Waarom MMT-verpleegkundige?

“Ik heb mij aangemeld voor het MMT omdat ik wel eens wilde zien hoe het was om mijn werk buiten het ziekenhuis te doen. In het ziekenhuis staat alles voor je klaar en zijn de omstandigheden optimaal. Bij een verkeersongeval op de A7 is dat niet zo. De spanning van het onverwachte en de druk van de hectische situaties trokken mij aan. In de praktijk is dat ook precies wat dit werk voor mij leuk maakt.”

Een dag in het leven van

“Mijn dienst bij het MMT begint om half zeven uur ’s ochtends. Ik neem eerst samen met de piloot de weerberichten door en de Notice to Airmen. Dit is een dagelijks memo met bijzonderheden voor vliegverkeer, zoals oefeningen van de luchtmacht en bijzondere omstandigheden op vliegvelden. Om twintig voor acht komt de eerste oproep. Een vrouw is in Norden in Ostfriesland op een landweg tegen een boom gereden en is er slecht aan toe. Ze bloed ernstig. Als de brandweer haar uit het wrak heeft bevrijd gaat ze in de heli mee naar het UMCG. Het dichtstbijzijnde Duitse ziekenhuis is te ver weg. Onderweg in de heli verliest ze ook nog bloed. Terwijl de arts de patiënt overdraagt op de Centrale Spoedopvang halen de piloot en ik de heli leeg en maken hem schoon. Ook vullen we de voorraden weer aan. Na drie kwartier zijn we klaar en weer inzetbaar.
Het is elf uur als we naar vliegveld Eelde vliegen om te tanken. We zijn net bezig met tanken als er een oproep komt. Bij een botsing op een provinciale weg in de Noordoostpolder zijn beide bestuurders ernstig gewond geraakt. We tanken minder dan gepland en na negentien minuten vliegen zijn we ter plaatse. We landen op de weg en ik ren naar de plaats van het ongeluk. De arts brengt beide mannen onder narcose. Omdat de oudste man er het slechtst aan toe is blijft de arts bij hem. Ik assisteer de arts en verleen waar mogelijk ook nog hulp bij de behandeling van de andere man.
Terwijl de brandweer hard werkt aan het bevrijden van de beknelde man houd ik samen met de ambulanceverpleegkundige zijn toestand in de gaten. Na een half uur zijn beide mannen door de brandweer bevrijd. Omdat de arts bang is dat de oudere man een klaplong heeft, leggen we een thoraxdrain aan om de lucht en eventueel vocht uit zijn borstholte af te voeren. Zo kan de long weer de ruimte krijgen om zich geheel te ontplooien. Terwijl de arts de opening in de borstholte van de man maakt, haal ik de drain uit zijn verpakking en maak hem klaar. Als we klaar zijn met de drain gaan beide mannen in een ambulance en rijden ze in colonne naar de Isala Klinieken in Zwolle. Terwijl de arts met de patiënten meerijdt, vliegen de piloot en ik naar Zwolle om hem daar weer op te pikken. Na evaluatie van de inzet, samen met het ambulancepersoneel, gaan we terug naar het UMCG. Om half vier schuiven we aan voor de lunch. Om half vijf volgt de derde oproep: een aangereden kind in Friesland. Binnen tien minuten zijn we ter plekke en landen we op een grasveldje in een woonwijk. Een man op de grond vindt dat hij verkeersleider is en belemmert de landing. De piloot en ik gebaren de man dat hij aan de kant moet gaan, wat hij gelukkig snel doet. Het kind blijkt in ieder geval een zware hersenschudding te hebben. Ook nu gaat de arts weer mee met de patiënt in de ambulance. Terwijl de arts naar het UMCG rijdt hebben wij tijd om te tanken op Eelde. Om zes uur zijn we weer terug op het helidek. Het laatste uurtje van de dienst gebeurt er niets meer.”

U kunt de website van het UMCG door uw PC laten voorlezen. Klik hiervoor op de knop rechts boven in het scherm.